Opnieuw stonden veel boeren op hun achterste benen toen vorige week een rapport verscheen waarin staat dat de stikstofuitstoot in de Gelderse Vallei en het Groene Hart flink omlaag moet. De boeren zijn zo kwaad dat ze woensdag weer gaan actievoeren. Maar het stikstofprobleem is nog altijd niet opgelost. Is er in de toekomst eigenlijk wel ruimte voor veehouderij in Nederland?

We laten deze vraag eerst beantwoorden door Jan-Willem Erisman, een van de auteurs van het deze week verschenen rapport Naar een ontspannen Nederland. De stikstofexpert hoeft niet lang na te denken als hij de vraag krijgt voorgelegd of er in de toekomst ruimte is voor veehouderij. "Ja, die is er", om daar vervolgens wel direct een "maar" aan toe te voegen.

"Ik denk dat de veehouderij van de toekomst behoorlijk wat concurrentie krijgt van andersoortig geproduceerd voedsel. Denk aan vleesvervangers, maar ook vlees dat geproduceerd is in het lab. Maar dierhouderij kan altijd een belangrijke rol spelen", voorziet Erisman.

Hij denkt in dat toekomstige beeld aan twee stromingen. "Eén waarbij veehouderij ingepast is in het landschap, met een hoge mate van dierenwelzijn. De koeien zijn altijd buiten en krijgen gras gevoerd. Varkens en kippen hebben uitloop. Dat zijn veel extensievere bedrijven dan nu en dat past dan veel meer in het landschapsonderhoud en is goed voor de biodiversiteit."

De tweede stroming is de intensieve veehouderij waarbij dieren veelal in stallen verblijven.

Ook Jan Dijkstra, universiteit hoofddocent Dierwetenschappen aan de Wageningen University & Research (WUR), ziet de veehouderij niet uit Nederland verdwijnen. "De veehouderij speelt een bepaalde rol in de voedselvoorziening van mensen en zal dat denk ik ook blijven doen. Maar er zijn wel randvoorwaarden waar de veehouderij aan moet werken. Iedereen moet terug in de uitstoot van broeikasgassen en stikstof."

Een kijkje bij een natuurinclusieve boerderij

In Woerdense Verlaat staat, op de grens van Zuid-Holland en Utrecht, de stal van boer Arie van Oosterom. Hij runt zijn bedrijf op een zogeheten natuurinclusieve manier. Simpel gezegd betekent het dat hij zijn werk zoveel mogelijk doet in het belang van de natuur. Twee jaar terug nam NU.nl al een kijkje bij wat een 'boerderij van de toekomst' zou kunnen zijn.

Voor Van Oosterom betekent het dat hij minder koeien - hij heeft er ruim tachtig - houdt dan veel andere boeren. Hij maait het gras veel later omdat weidevogels daarvan profiteren en door zonnepanelen op het dak van de stal is de veehouderij energieneutraal.

Het resultaat: minder uitstoot, een sterk verbeterde biodiversiteit en ja, ook minder inkomsten. Zijn koeien geven een kwart minder melk dan in de intensieve veeteelt. "Maar dat wordt gecompenseerd met subsidies", zegt Van Oosterom. "Het gaat momenteel boven verwachting goed."

Naast zijn eigen grond van 50 hectare pacht hij ook nog een bijna net zo groot stuk land van Staatsbosbeheer, wat onderstreept dat natuur en landbouw prima hand in hand kunnen gaan.

250 kilometer noordwaarts houdt Annechien ten Have in het Groningse Beerta zeshonderd varkens, waarbij ze het welzijn van de varkens zo hoog mogelijk in het vaandel heeft staan. De dieren kunnen naar binnen en buiten wanneer ze willen en door zelf tarwe te verbouwen teelt ze zelf het voedsel voor de varkens.

Daarnaast zorgt de mest van de varkens in de biogasinstallatie voor elektriciteit. Daarvan verbruikt het bedrijf - dat Hamletz-vlees produceert - zelf zo'n 10 procent en de rest wordt aan het elektriciteitsnet geleverd.

Weidevogels, zoals de kievit, profiteren optimaal van natuurinclusieve landbouw.

Weidevogels, zoals de kievit, profiteren optimaal van natuurinclusieve landbouw.
Weidevogels, zoals de kievit, profiteren optimaal van natuurinclusieve landbouw.
Foto: NU.nl/Martha Reumermann

Hoe is het stikstofprobleem op te lossen?

Het kan dus: boeren op een manier die goed is voor vee, natuur en milieu en daarmee toekomstbestendig is. Maar dan blijft de stikstofvraag staan, die al sinds de uitspraak van de Raad van State in mei 2019 boven de agrarische sector en ook de politiek hangt. Kan de hoeveelheid uitgestoten stikstof omlaag zonder daarmee al te veel te snijden in boerenbedrijven? Want daar wordt door veehouders al lang tegen geprotesteerd.

"Het moet een mix worden", zegt universitair hoofddocent Dijkstra. "Mest kan je verdund uitrijden en ik zie ook dat er best wat minder eiwit in het rantsoen van vee kan. Wat er niet inkomt gaat er aan de andere kant ook niet uit als stikstof."

Daarnaast helpt het ook als koeien meer in de wei kunnen lopen, waardoor urine en mest gescheiden worden. Dat zorgt voor minder ammoniakemmissie.

Hoe koeien minder stikstof uitstoten:

  • Als koeien meer in de wei staan en daarnaast ook minder veevoer krijgen, zorgt dat voor minder stikstofuitstoot.
  • Koeien die uitsluitend grazen (en dus gras eten) voegen zelfs netto nul stikstof toe.
  • Gevolg is dan wel dat koeien minder melk geven, waardoor ze voor de boer minder opleveren.
  • Boeren moeten dus meer betaald krijgen voor hun producten om stikstofarme veehouderij rendabel te maken.

Als koeien in de wei lopen, betekent dat minder stikstofuitstoot, doordat urine en mest gescheiden worden.

Als koeien in de wei lopen, betekent dat minder stikstofuitstoot, doordat urine en mest gescheiden worden.
Als koeien in de wei lopen, betekent dat minder stikstofuitstoot, doordat urine en mest gescheiden worden.
Foto: ANP

Meer stikstofuitstoot per liter melk bij biologische boer

"Boeren die dicht bij een natuurgebied zitten verplaatsen en boeren die willen stoppen uitkopen kan ook een van de oplossingen zijn", gaat Dijkstra verder. Ook interessant: volgens Dijkstra kan het zo zijn dat een biologisch bedrijf per "eenheid product" meer stikstof uitstoot dan bij intensieve veeteelt.

Het biologische veeteeltbedrijf stoot dan minder stikstof uit, maar omdat er ook minder wordt geproduceerd en het vee wel gewoon voedsel nodig heeft (wat via mest tot stikstofuitstoot leidt) kan het zo zijn dat bijvoorbeeld "per liter melk meer stikstof wordt uitgestoten", legt Dijkstra uit. Hoeveel stikstof een koe uitstoot hangt dus vooral af van de hoeveelheid stikstofrijk voer het dier krijgt en hoeveel het in de wei staat.

“Het wordt lastig de doelen te bereiken zonder krimp van de veestapel.”
Jan Dijkstra, universitair hoofddocent Dierwetenschappen

Tot slot stipt Dijkstra nog een ander heet hangijzer aan, namelijk het verkleinen van de veestapel, wat een verlaging van de stikstofuitstoot oplevert. Het is de afgelopen twee jaar al door verschillende partijen genoemd als oplossing, maar de agrarische sector ziet het vooralsnog niet zitten.

Het argument dat ze voor het voedsel in Nederland zorgen, wordt vaak door boeren aangehaald, maar drie kwart van het Nederlandse vlees wordt geëxporteerd naar het buitenland. Van de totale hoeveelheid melk die in Nederland wordt geproduceerd gaat grofweg twee derde naar het buitenland.

"Het is mogelijk om in 2030 aan alle emissievoorwaarden te voldoen, alleen om ook aan de voorwaarden van ammoniakuitstoot te voldoen moet er een tandje bij. Het zal lastig worden dat doel te bereiken zonder krimp van de veestapel. Het is mogelijk, maar het zal een behoorlijke inspanning van de hele sector vergen", aldus Dijkstra.

"Nee, makkelijke oplossingen zijn er niet, maar de veehouderij heeft zeker toekomst in Nederland", besluit hij.