De vier grote steden willen dat er een nationale feestdag komt voor Keti Koti, een herdenkingsdag die in het teken staat van de afschaffing van de slavernij. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht hebben gezamenlijk een brief aan het Rijk geschreven waarin ze vragen jaarlijks, bijvoorbeeld op 1 juli, landelijk aandacht te schenken aan het Nederlandse slavernijverleden.

"Door te gedenken legt de samenleving verantwoordelijkheid af, maar committeert zij zich ook aan een samenleving en een toekomst waarin geen ruimte is voor racisme en kansenongelijkheid", staat in de brief.

Zeven Amsterdamse raadsleden dienden namens hun partijen op 1 juli 2020 een initiatief in om van die dag in de gemeente een jaarlijks algemeen erkende feestdag te maken. Daarnaast vroegen zij Amsterdam zich ook in te zetten om dit bij de regering onder de aandacht te brengen.

Burgemeester en wethouders onderschrijven "het belang van een dag waarop we rouwen en vieren, naar geleerde lessen uit het verleden en een gedeelde toekomst kijken, net zoals we dat doen op 4 en 5 mei". Omdat dit in het belang is "voor alle Amsterdammers en Nederlanders", zijn zij voor een nationale feestdag. Ook Rotterdam, Den Haag en Utrecht hebben zich achter die mening zich geschaard.

Kabinet maakte geld vrij voor structurele herdenking slavernijverleden

Voor de jaarlijkse herdenking van het Nederlandse slavernijverleden kwam in 2019 een vast bedrag beschikbaar. Het kabinet vond het belangrijk ervoor te zorgen dat blijvend bij het slavernijverleden wordt stilgestaan. De regering gaf daarmee gehoor aan een oproep uit de Tweede Kamer.

De rechtbank in Amsterdam veroordeelde in juli 2020 twee mannen van 41 en 49 jaar tot boetes van honderden euro's vanwege beledigingen van racistische aard tijdens Keti Koti. De rechter oordeelde dat het zeer ernstige en onnodige grievende beledigingen waren en dat het moment van de opmerkingen zeer ongepast was.