Een man die zijn kinderen niet naar school laat gaan omdat hij geen enkele school vindt overeenkomen met zijn geloofsovertuiging, is door het gerechtshof in Den Bosch veroordeeld tot een geldboete van 300 euro en een voorwaardelijke celstraf van een week.

Het hof kon zich niet vinden in de argumenten van de man om zijn kinderen van negen en elf jaar thuis te houden en achtte hem daarom schuldig aan overtreding van de leerplichtwet.

Eerder was ook de rechtbank in Breda al tot het oordeel gekomen dat de kinderen gewoon naar school moeten. Omdat het hoger beroep lang op zich liet wachten, valt de straf lager uit dan anders het geval was geweest.

Het gezin komt uit de omgeving van Werkendam, een voornamelijk protestantse gemeente in het noorden van de provincie Noord-Brabant. In die omgeving staan meerdere reformatorische scholen, maar de man vindt dat die onvoldoende uitdrukking geven aan de bijbel en aan de Drie Formulieren van Enigheid. Dat zijn theologische geschriften die in de zeventiende eeuw door de toenmalige gereformeerde kerk officieel werden aangenomen.

Volgens de man lijden de op gereformeerd gedachtegoed gefundeerde scholen in zijn buurt aan "geestelijke passiviteit", maar volgens het hof is dat bezwaar niet concreet genoeg en ook niet zwaarwegend genoeg. Zijn argumentatie "blijft steken in algemeenheden", oordelen de rechters.

'Ouders konden kinderen elders in het land inschrijven'

Ouders kunnen in sommige gevallen ervoor kiezen om hun kind niet bij een school in te schrijven vanwege hun geloofs- of levensovertuiging. Ze moeten dan wel aantonen dat er echt geen scholen zijn te vinden die bij hun overtuiging aansluiten.

De rechters merkten op dat de ouders uit Werkendam hun kinderen ook elders in het land zouden kunnen inschrijven bij een school die voldoet aan hun principes. Ze kunnen ook zelf zo'n school oprichten, of de kinderen buiten reguliere schooltijden lessen geven die in overeenstemming zijn met hun geloofsopvattingen.