Bij ernstige delicten is het straks mogelijk om verdachten nog voor veroordeling DNA af te laten staan, blijkt donderdag uit een wetswijziging van demissionair minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid). Op dit moment wordt pas DNA afgenomen als iemand wordt veroordeeld. Dat is te laat, stelde de commissie-Hoekstra in 2015 na de moord op oud-minister Els Borst.

Wat ging vooraf aan deze wetswijziging?

De wetswijziging maakt het mogelijk om straks DNA af te nemen bij iedere verdachte die wordt aangehouden voor een ernstig misdrijf. Dat delict moet dan zodanig ernstig zijn dat de persoon of in afwachting van de rechtszaak vast blijft zitten, of na verhoor op vrije voeten wordt gesteld maar nog wel verdachte is in een zaak waarvoor hij of zij kan worden veroordeeld tot een celstraf.

Door het mogelijk te maken om voor veroordeling DNA af te nemen bij een verdachte, wordt volgens Grapperhaus bereikt dat van 99 procent van de veroordeelden een DNA-profiel kan worden aangemaakt. Op dit moment gebeurt dat nog te weinig: van 87 procent van de veroordeelden wordt daadwerkelijk DNA afgenomen en een profiel aangemaakt in de databank.

Dat dat niet bij iedereen gebeurt, kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van veroordeelden die na het proces op vrije voeten worden gesteld, of de benen nemen en onvindbaar zijn voor instanties.

Hoewel het DNA straks eerder wordt afgenomen, betekent niet dat het gelijk mag worden gebruikt. Het wordt eerst bewaard op een andere plek dan de huidige DNA-databank.

Het DNA-profiel in de databank mag pas worden aangemaakt als iemand daadwerkelijk wordt veroordeeld. Wanneer een verdachte niet wordt veroordeeld, moet het celmateriaal worden vernietigd.

Grapperhaus neemt met de wetswijziging de aanbeveling van de commissie-Hoekstra over, die pleitte voor het eerder afnemen van DNA. De minister gaf eerder al te kennen het eens te zijn met deze aanbeveling. Hij wilde echter eerst onderzoek uitvoeren of dit juridisch haalbaar was en welke voorwaarden eraan verbonden zijn om dit wettelijk te mogen doen.

In de Kamerbrief laat hij weten dat nu wordt gewerkt aan de verdere uitvoering van de wetswijziging. Zo gaat Grapperhaus onder meer kijken naar een goede ICT-voorziening voor het opslaan van de data. Ook wordt bepaald welke onafhankelijke overheidsorganisatie verantwoordelijk wordt voor het afnemen en het opslaan van het DNA-materiaal.