Niemand weet hoe lang de wachttijden in de jeugdzorg precies zijn, maar het is wel duidelijk dat het maanden kan duren voordat kinderen en jongeren hulp krijgen. Hoe heeft het zover kunnen komen, waarom is er geen zicht op en hoe kan dat worden opgelost?

Uit kleinschalig onderzoek bleek afgelopen dinsdag dat kinderen die jeugdzorg nodig hebben gemiddeld ruim tien maanden moeten wachten op therapie, een diagnose of een plek om te wonen. Concrete cijfers rondom de wachttijden waren tot nu toe niet bekend.

Hoewel de cijfers onzeker zijn, herkent FNV Zorg & Welzijn dat beeld, zegt bestuurder Jeugdzorg Maaike van der Aar. "Ik moet zeggen dat tien maanden ons nog meeviel. Wij horen van onze leden dat het nog veel langer kan duren."

Jeugdzorg valt sinds 2015 onder de gemeenten, die zorg inkopen bij honderden organisaties. Het Rijk zei 'versnippering' te willen tegengaan, maar critici merken op dat de decentralisatie van de jeugdzorg gepaard ging met bezuinigingen van honderden miljoenen euro's.

“Problemen verergeren, gezinnen lopen vast en kinderen en jongeren lopen vast in hun ontwikkeling. Dat is heel ernstig.”
Marlies Roosjen-de Feiter, MIND

De overheveling was ook ook bedoeld om de wachttijden te verminderen, "maar in de praktijk lopen ze alleen maar verder op", zegt Marlies Roosjen-de Feiter, beleidsadviseur Jeugd van MIND, een organisatie die opkomt voor de belangen van mensen met psychische problemen.

Volgens Roosjen-de Feiter lopen de wachttijden al jaren op doordat er te weinig jeugdhulp wordt ingekocht door de gemeenten. Die kampen met forse tekorten, terwijl de zorgvraag alleen maar toeneemt.

Bij de zorg die wel wordt ingekocht, gaat volgens Van der Aar het een en ander mis. "Je kan het ze niet kwalijk nemen, maar gemeenten hebben niet de kennis en kunde in huis om de juiste specialistische hulp in te kopen. Heel dure zorg kopen gemeenten daarom liever niet, omdat het budget er dan snel doorheen is. Hierdoor zijn er te weinig plekken voor kinderen die zulke zorg nodig hebben."

Meer vraag, minder personeel

De geldproblemen zorgen ook voor een tekort aan personeel bij instellingen, ziet Van der Aar. "Dat leidt tot een hogere werkdruk, verzuim en verloop. Hierdoor worden de wachttijden ook langer. De arbeidsmarkt is inmiddels zo onaantrekkelijk dat de instroom van nieuwe mensen met 30 procent stagneert."

Boven op de geld- en beleidsproblemen is de vraag naar jeugdhulp fors gestegen door corona. Steeds meer kinderen en jongeren komen psychisch in de knel door de crisis. Volgens brancheorganisatie de Nederlandse ggz is het systeem van de jeugd-ggz, dat al langer te maken heeft met lange wachttijden, inmiddels "volledig overgelopen".

De berichten baren MIND zorgen. Hoe langer iemand geen hulp krijgt, hoe groter de hulpvraag wordt, zegt Roosjen-de Feiter. "Problemen verergeren, gezinnen lopen vast en kinderen en jongeren lopen vast in hun ontwikkeling. Dat is heel ernstig."

Gemeenten krijgen miljoenen extra: lost dat het op?

Vorige maand werd bekend dat gemeenten dit jaar 613 miljoen euro extra krijgen voor het oplossen van de problemen. Met dat geld moet de crisiscapaciteit in de jeugd-ggz worden uitgebreid en moeten de wachttijden worden aangepakt. Volgend jaar investeert het kabinet nog eens 1,3 miljard euro extra in de jeugdzorg, werd donderdag besloten.

Maar lost geld de wachttijden op? "Uiteraard moet dat kunnen zorgen voor een verkorting", aldus Roosjen-de Feiter. "De vraag is echter: hoe doe je dat goed?"

"Het mag niet zijn: meer geld, dus meer van hetzelfde", gaat ze verder. "Er moet een echte omslag komen, naar kindcentraal werken, inkopen en behandelen. Door kinderen, jongeren en hun ouders vanaf het begin volledig te betrekken en hun belang het zwaarst te laten wegen."

MIND pleit onder meer voor de invoering van maxima voor wachttijden, waar toezicht op wordt gehouden. "En mocht er toch een periode van wachttijd ontstaan, dan moet in die tussentijd laagdrempelige zorg worden aangeboden, bijvoorbeeld een tijdelijk aanspreekpunt of contact met lotgenoten."

FNV heeft op 17 mei met denktank De Jeugdsprong tien aanbevelingen gedaan voor een beter jeugdzorgstelsel. "De politiek wil de problemen fragmentarisch oplossen. Eerst de wachtrijen, dan de administratie. Wij zeggen dat alles met elkaar in verband staat, dus dat het hele systeem moet worden aangepast", aldus Van der Aar.

De denktank pleit er net als MIND voor om professionals en cliënten zoveel mogelijk zelf aan het roer te laten. Daarbij zou er in in elke gemeente een privaat georganiseerde deskundige eerstelijnsvoorziening voor jeugdzorg moeten komen.

Beter zicht op wachttijden kan ook problemen oplossen

Dat er weinig cijfers bekend zijn over de wachttijden heeft negatieve gevolgen, zegt Roosjen-de Feiter. "MIND vraagt het ministerie van Volksgezondheid en de Kamer al langere tijd om inzichtelijk te maken hoelang de wachttijden zijn, zodat ouders en kinderen beter weten waar ze aan toe zijn. Maar ook voor professionals, zodat zij beter kunnen doorverwijzen."

Dat er weinig zicht is op de wachttijden heeft volgens brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland te maken met het feit dat jeugdzorg niet meer centraal wordt geregeld. "De wachttijden worden door de meeste instellingen wel bijgehouden", zegt een woordvoerder van de organisatie. "Maar omdat jeugdzorg niet centraal is georganiseerd, kun je niet alle informatie op één plek vinden."

Ook onderzoekers willen meer zicht krijgen op de wachttijden. Het Nederlands Jeugdinstituut laat in een reactie weten intern te zullen onderzoeken hoe de wachttijden beter in kaart kunnen worden gebracht.