De Nederlandse staat hoeft de nabestaanden van twee treinkapers die in 1977 omkwamen bij de beëindiging van de kaping bij De Punt geen schadevergoeding te betalen. Dit heeft het gerechtshof Den Haag dinsdag bepaald in het hoger beroep van een civiele rechtszaak. Familieleden van de omgekomen kapers vonden dat de mariniers onrechtmatig veel geweld hadden gebruikt.

Het hof constateert dat de verklaringen van de mariniers "leemtes" bevatten. Tegelijk is het Hof van mening dat het niet zo gek is dat herinneringen na veertig jaar na de gebeurtenissen zijn vervaagd.

De bevrijdingsactie door de mariniers was volgens het Hof een hectische gebeurtenis. Ook zou het moeilijk zijn geweest voor de mariniers om zich in de trein te oriënteren.

Advocaat Liesbeth Zegveld liet direct na afloop namens de nabestaanden weten erg teleurgesteld en verbaasd te zijn. "Het handelen van mariniers wordt hiermee niet getoetst en dat is toch een vrijbrief om te doden." Militair optreden gaat hiermee voorbij aan de rechtelijke toetsing en de rechtstaat, vindt de advocaat. "Hansina (Uktolseja, een van de twee overleden kapers, red.) had 44 verwondingen, hoe kan je zeggen dat dat proportioneel is."

Nabestaanden van twee kapers voerden aan dat arresteren mogelijk was

De nabestaanden van twee van de zes omgekomen treinkapers, Max Papilaja en Uktolseja, voerden aan dat hun familieleden zonder noodzaak door de mariniers zouden zijn gedood. De mariniers zouden een concrete mogelijkheid hebben gehad om hen te arresteren.

De Staat betwistte die lezing en voerde aan dat het optreden van de mariniers rechtmatig was. In juli 2018 bepaalde de rechtbank in Den Haag dat er geen aanwijzingen zijn dat mariniers de gijzelnemers bij de beëindiging van de treinkaping bij De Punt in juni 1977 zonder noodzaak hebben doodgeschoten.

Wat leidde tot de treinkaping in De Punt?

  • In 1949 werd de Nederlandse kolonie Indonesië na een bloedige strijd onafhankelijk.
  • Nederland verplichtte de Molukkers die aan de zijde van Nederland tegen Indonesië hadden gevochten om naar Nederland te vluchten.
  • Het verblijf bleek permanent, terwijl de Molukkers dachten dat hun een onafhankelijke staat was beloofd.
  • Uit boosheid over het uitblijven van een onafhankelijke staat en de in hun ogen slechte behandeling door Nederland kaapten Molukkers in 1975 een trein bij het Drentse Wijster en twee jaar later dus eentje bij De Punt.
Zo verliep de treinkaping De Punt en gijzeling Bovensmilde
144
Zo verliep de treinkaping De Punt en gijzeling Bovensmilde

Niet-erkende regering Zuid-Molukken vroeg vlag gijzeling De Punt terug

De regering van de niet-officieel erkende Republiek der Zuid-Molukken (RMS) vroeg in april de Zuid-Molukse vlag terug die in 1977 op de gekaapte trein bij De Punt hing. De vlag zou bij de beëindiging van de kaping zijn buitgemaakt door Nederlandse mariniers. De RMS deed het teruggaveverzoek in een brief aan het Nederlandse kabinet.

"We hebben nog steeds geen antwoord gekregen op onze brief. Het duurt nu wel erg lang", aldus RMS-president John Wattilete tegen NU.nl. "Het gaat om een serieuze zaak en daar moet je uiteraard zorgvuldig mee omgaan. Maar wij vinden dat het kabinet nu op korte termijn moet reageren."