Het gerechtshof heeft Bekir E. op de eerste zittingsdag van het hoger beroep in de zaak-Humeyra geconfronteerd met de bewakingsbeelden van de dodelijke schietpartij. De 34-jarige verdachte staat in hoger beroep terecht voor moord.

E. schoot het meisje, dat hij langdurig had gestalkt, op 18 december 2018 van dichtbij met zeven kogels dood in de fietsenstalling van het Rotterdam Designcollege. Het zestienjarige slachtoffer werd geraakt in haar rug en in haar hoofd.

Naar eigen zeggen weet E. niet waarom hij schoot: "Ik was onder invloed. Het gebeurde gewoon." Uit een speekseltest na zijn arrestatie bleek dat hij wiet had gerookt en cocaïne had gebruikt. "Het waren gewoon de drugs. Ik was zwaar onder invloed", zei hij.

Op de getoonde bewakingsbeelden is te zien dat E. midden op straat uit een auto stapt en achter de vluchtende Humeyra aan het schoolgebouw binnenrent. In het trappenhuis van de onderdoorgang van de school richt hij zijn geladen pistool op het meisje en schiet hij met gestrekte armen. Beneden in de fietsenstalling valt het slachtoffer neer en schiet E. van zeer dichtbij op haar hoofd. Vervolgens loopt hij de trap op, waar hij besluit terug te keren. Op weg naar de andere uitgang stapt hij over zijn slachtoffer heen.

Rechter vond het belangrijk dat E. beelden bekeek

Nabestaanden die de schokkende beelden niet wilden zien, kregen van het hof de gelegenheid de zaal te verlaten. Bij het vertonen van de beelden wendde E. na verloop van tijd zijn hoofd af. "Ik wil deze beelden niet meer zien. Ik heb er moeite mee", zei hij. "Het is belangrijk dat u dit ziet", aldus de rechter.

Woensdagmiddag besteedt het hof aandacht aan de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Aan het einde van de eerste dag is tijd ingeruimd voor het spreekrecht van nabestaanden. Op de tweede zittingsdag houdt de officier van justitie het requisitoir. Daarin komt de strafeis aan bod.

E. is woensdagmiddag niet aanwezig bij het voorlezen van de slachtofferverklaringen. Zijn advocaat vroeg de rechtbank of zijn cliënt de zaal mocht verlaten. Het hof stemde ermee in, omdat de aanwezigheid van een verdachte niet verplicht is als nabestaanden gebruikmaken van hun spreekrecht.