Het Openbaar Ministerie (OM) heeft donderdag in de rechtbank van Rotterdam celstraffen van negen jaar geëist tegen twee mannen uit Zoetermeer voor het in 2019 plannen van een terroristische aanslag met bomvesten en één of meer autobommen in Nederland. Het OM noemt de verdachten islamitisch geradicaliseerd.

Het onderzoek naar beide verdachten begon in oktober 2019 na een waarschuwing van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) over de intenties van het duo. Daarop begon de politie een infiltratietraject.

Tijdens ontmoetingen met een infiltrant vroeg de 22-jarige verdachte expliciet hem te leren explosieven en bomvesten te maken. De andere verdachte is een 36-jarige Zoetermeerder. Hij was niet bij de ontmoetingen met de infiltrant aanwezig, maar verzorgde het vervoer en had volgens de officier van justitie "een coachende, leidende en stimulerende rol".

Uit afgeluisterde gesprekken van de verdachten onderling blijkt dat zij ook spraken over een geschikte locatie voor de opslag van explosieven en over vuurwerk. Net als in gesprekken met de infiltrant gebruikten ze daarbij versluierd taalgebruik, zoals voetbaltermen. Ook keken ze samen een instructievideo over het maken van een bom. De politie hoorde op de achtergrond jihadistische nasheeds (gezongen verzen waarin wordt opgeroepen tot het plegen van aanslagen).

Politie pakt 'man die aanslag voorbereidde' op in Zoetermeer
57
Politie pakt 'man die aanslag voorbereidde' op in Zoetermeer

Verdachten waren in bezit van jihadistisch materiaal

De mannen werden op 25 november 2019 aangehouden. Beiden bleken in het bezit te zijn van jihadistisch materiaal, zoals preken en jihadistisch videomateriaal van martelingen en onthoofdingen. Het OM verdenkt beide verdachten van het medeplegen van een terroristisch misdrijf en deelname aan een organisatie met een terroristisch oogmerk.

Naast de negen jaar cel vroeg het OM de rechtbank in Rotterdam om aanvullende maatregelen, zodat ze tijdens hun straf onder intensief toezicht blijven staan en zich aan voorwaarden moeten houden.

De rechtbank doet op 17 juni uitspraak.