Nederland niet goed voorbereid op grote natuurbranden als die van vorig jaar
Als in de toekomst opnieuw gelijktijdig natuurbranden uitbreken, zoals vorig jaar in de Deurnese Peel en natuurgebied De Meinweg, dan kan de natuur grote schade oplopen doordat Nederland over onvoldoende kennis en materieel beschikt. Dat schrijft de Algemene Rekenkamer woensdag na onderzoek naar de twee natuurbranden. De coronacrisis bood vorig jaar een uitweg.
Door de branden in de Deurnese Peel in Noord-Brabant en Nationaal Park De Meinweg in Limburg ging in totaal ruim 710 hectare natuur in vlammen op. Daardoor was er sprake van de grootste natuurbrand die Nederland ooit heeft gekend, aldus onderzoekers.
De Algemene Rekenkamer schrijft dat de branden effectief werden bestreden, maar dat dit deels te danken is aan een bijzondere gebeurtenis: de coronacrisis.
Zo moest Defensie dagenlang bijspringen en waren de mankracht en het benodigde materieel alleen beschikbaar doordat veel oefeningen in het buitenland waren geannuleerd vanwege de coronacrisis. Door de crisis waren ook relatief veel brandweervrijwilligers beschikbaar.
Zonder die twee meevallers was de uitkomst van de branden in de aangrenzende natuurgebieden mogelijk anders geweest, waarschuwen onderzoekers.
Nederland beschikt over te weinig specialistische kennis
Volgens de Algemene Rekenkamer beschikt Nederland over onvoldoende specialistische kennis. Zo zou alleen een team van tachtig Overijsselse brandweerlieden over de benodigde kennis beschikken om in moeilijk begaanbare natuurgebieden te kunnen blussen. Bij de brand in de Deurnese Peel bleek hun inzet cruciaal.
Het team moest lange en zware dagen maken, schrijft de Rekenkamer. "Als er in de toekomst op meer plaatsen grote natuurbranden ontstaan, is één zo'n team waarschijnlijk niet genoeg." De onderzoekers waarschuwen voor een "reëel risico" dat natuurbranden dan niet snel onder controle kunnen worden gebracht.
Oud materieel hindert Defensie
Ook Defensie zou in de toekomst kunnen kampen met een gebrek aan kennis en bruikbaar materieel. De Algemene Rekenkamer schrijft dat er te weinig personen zijn die waterzakken onder blushelikopters kunnen aanbrengen en dat verouderd materieel hen parten speelt. Bij de natuurbranden in Noord-Brabant en Limburg waren maar twee van de acht ondersteunende blusvoertuigen inzetbaar.
Ten slotte oordelen onderzoekers dat de rollen bij een natuurbranden duidelijker moeten zijn. "De bevoegdheden en samenwerking tussen veiligheidsregio's om in crisissituaties snel te handelen zijn onvoldoende geregeld", luidt een conclusie. Het ministerie van Justitie en Veiligheid zou de besluitvorming over de aanpak van grotere, tegelijk optredende natuurbranden moeten verbeteren.
