Het demissionaire kabinet ziet geen kans de regels voor bijstandsgerechtigden met bijvoorbeeld thuiswonende volwassen kinderen te versoepelen, zonder dat de uitgaven aan uitkeringen daardoor oplopen. Dat staat in een verkenning die demissionair minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Volgens de zogeheten kostendelersnorm krijgen bijstandsgerechtigden minder geld als ze samen met anderen in een huis wonen. Daar is al sinds de invoering in 2015 veel kritiek op. De maatregel verergert bestaande armoede en schuldenproblemen vaak al. Ook leidt de norm ertoe dat meer jongeren geen dak meer boven hun hoofd hebben, omdat zij door hun ouders gevraagd worden uit huis te gaan zodra ze 21 jaar worden.

Het demissionaire kabinet heeft, mede op verzoek van de Tweede Kamer, mogelijke aanpassingen in kaart gebracht. Een van de uitgangspunten die daarbij gehanteerd werden, is dat dit niet tot hogere uitgaven aan uitkeringen zou mogen leiden. Dat bleek evenwel niet haalbaar. "Alle uitgewerkte varianten zorgen voor een toename van de uitkeringslasten", schrijft Koolmees.

Daar staat wel weer tegenover dat aanpassing "elders binnen het sociaal domein juist kan leiden tot minder overheidsuitgaven", zo komt naar voren uit overleg met gemeenten en maatschappelijke organisaties. Daarbij valt te denken aan bijvoorbeeld de jeugdzorg en de maatschappelijke opvang.

Het demissionaire kabinet heeft in totaal vijf alternatieven in kaart gebracht, waarvan volledige afschaffing van de kostendelersnorm het meest vergaande is. Alle voorstellen moeten nog verder worden uitgewerkt. Het is aan het nieuw te vormen kabinet en de Tweede Kamer om daarin een keuze te maken.