Rellen, rechtszaken en rekken: een terugblik op de avondklok in Nederland
Op woensdag 28 april 2021 kwam er na ruim drie maanden een einde aan de avondklok. Wat een strenge, maar kortstondige maatregel had moeten zijn, groeide uit tot een van de meest omstreden en chaotische beslissingen die het kabinet nam in de strijd tegen het coronavirus.
In september 2020 bracht het Outbreak Management Team (OMT) in het overleg met het kabinet al de mogelijkheid van een avondklok ter sprake. Het OMT wilde de aanrollende tweede golf daarmee zo vroeg mogelijk breken, maar het kabinet bleef terughoudend.
Anderhalve week later kwam de avondklok er alsnog: vanaf 23 januari mochten Nederlanders tussen 21.00 uur en 4.30 uur niet zonder geldige reden op straat zijn. Daarmee kreeg Nederland voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog te maken met een avondklok.
Ontevredenheid en frustratie leiden tot rellen
Het idee van de avondklok stuitte voor de invoering al op felle weerstand in de Tweede Kamer én onder de bevolking. Een meerderheid van de Tweede Kamer stemde uiteindelijk in met de avondklok, maar burgers bleven protesteren.
De eerste avonden na de invoering braken er op meerdere plekken in Nederland rellen uit. Daarbij werd de net ingestelde avondklok door mensen genegeerd, terwijl er vernielingen en geweld tegen politiemensen plaatsvonden.
Zo werd op Urk een teststraat in brand gestoken, terwijl in onder meer Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Tilburg, Eindhoven en Enschede grote protesten werden georganiseerd. In sommige steden moest de Mobiele Eenheid (ME) meerdere avonden ingezet worden.
Het kabinet en het OMT hielden echter vol dat het hard nodig bleef. RIVM-directeur Jaap van Dissel schatte dat de avondklok voor zo'n 10 procent minder besmettingen zorgde.
Chaos in de rechtszaal
Tegenstanders bleven aandragen dat een avondklok niet nodig was omdat de besmettingscijfers inmiddels onder controle leken. Het OMT wees op de preventieparadox: het is moeilijk te schatten hoeveel besmettingen er waren geweest zonder de avondklok.
Wel werd de roep om de avondklok af te schaffen elke week luider. Rutte stelde tijdens persconferenties en debatten meerdere malen dat ook het kabinet er zo snel mogelijk vanaf wilde, maar dat de voordelen nog opwogen tegen de nadelen.
Avondklok 'bovenop de stapel', maar steeds verlengd
Tot frustratie van Kamerleden bleef bij elke nieuwe coronapersconferentie aangekondigd worden dat de avondklok, die aanvankelijk voor twee weken bedoeld was, zou worden verlengd.
Rutte werd loze beloftes verweten, nadat hij had gezegd dat het schrappen van de maatregel "bovenop de stapel" lag, maar dat toch steeds uitstelde, terwijl er wel andere versoepelingen werden doorgevoerd. Het antwoord van de premier liet weinig te raden: "De avondklok kan er niet af. Punt."
Groot was de verbazing toen het kabinet eind maart aankondigde dat de avondklok vanaf 31 maart zou "meebewegen" met de zomertijd en een uur later zou beginnen.
Rutte stelde dat de avondklok zo minder effect zou hebben, hoewel dat niet precies in cijfers was uit te drukken, maar dat er ook rekening gehouden moest worden met de handhaafbaarheid.
'Twee weken' blijken ruim drie maanden
Begin april lekte uit dat het kabinet de coronamaatregelen op 21 april wilde verruimen, zoals het openen van de terrassen en de afschaffing van de avondklok.
Rutte stelde tijdens de daaropvolgende persconferentie echter dat 21 april niet haalbaar bleek voor die versoepelingen en was duidelijk geïrriteerd dat de datum voortijdig was uitgelekt.





