Een deel van de groep voormalige asielzoekers die in 2007 een verblijfsvergunning hebben gekregen, kunnen dit per 1 juni alsnog krijgen. Als deze personen minderjarig waren ten tijde van hun aankomst, komt de voorwaarde dat ze een geldig paspoort of geboorteakte uit het land van herkomst moeten kunnen tonen, te vervallen. Dat schrijft demissionair staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Ankie Broekers-Knol maandag in een brief aan de Tweede Kamer.

De motie van Kamerleden Jasper van Dijk (SP) en Madeleine van Toorenburg (CDA) werd in februari dit jaar aangenomen door de Kamer. Broekers-Knol zelf raadde deze motie af en het was nog maar de vraag of ze het verzoek van de Kamer zou inwilligen.

De staatssecretaris laat dinsdag echter weten deze motie toch deels uit te gaan voeren: de barrière voor het verkrijgen van een Nederlands paspoort wordt versoepeld voor de groep voormalige asielzoekers die minderjarig waren toen ze in Nederland aankwamen.

Het gaat om een groep van in totaal circa elfduizend staatlozen die in 2007 vanwege het zogenoemde generaal pardon een verblijfsvergunning kregen, maar nooit het Nederlanderschap hebben verkregen omdat ze daarvoor niet de benodigde documenten konden overhandigen. Ze moeten namelijk op grond van de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap een geboorteakte of paspoort uit het land van herkomst kunnen overleggen.

Per 1 juni is dat voor een deel van de groep geen voorwaarde meer voor naturalisatie, waardoor deze mensen alsnog een Nederlands paspoort kunnen krijgen.

Versoepelde voorwaarde geldt niet voor meerderheid staatlozen

De versoepeling geldt niet voor de staatlozen die ten tijde van het verlenen van de verblijfsvergunning meerderjarig waren. Voor deze groep vindt Broekers-Knol het noodzakelijk om "de onderzoeksresultaten af te wachten om voor hen tot een afgewogen beleidsvorming te kunnen komen". Die resultaten worden in de zomer verwacht.

Stichting Vluchtelingenwerk laat in een reactie op het besluit weten blij te zijn dat de voorwaarde voor de minderjarige 'pardonners' wordt versoepeld. "Tegelijkertijd zien wij dat er een harde lijn wordt getrokken tussen minderjarigen en volwassen, en hierdoor niet alle pardonners in aanmerking komen voor deze oplossing", aldus de stichting, die het "onverteerbaar" noemt dat de meerderheid van de groep niet wordt meegenomen in het besluit.