De zaak van de Pettense campingmoord uit de jaren negentig moet opnieuw worden behandeld. De Hoge Raad besloot dinsdag de zaak naar een ander gerechtshof, het hof van Den Haag, te verwijzen omdat een afgelegde bekentenis mogelijk vals is.

De zaak draait om de dood van de 41-jarige Peter Teschke. Hij werd in juli 1994 doodgestoken op een camping, na een avond waarop veel alcohol werd gedronken. Verdachte Frank V., eveneens een Duitser, bekende aanvankelijk. Vervolgens herriep hij die bekentenis. De rechtbank sprak V. in eerste instantie vrij, maar in hoger beroep kreeg hij alsnog vijf jaar. Die straf heeft hij grotendeels uitgezeten.

De advocaten van de veroordeelde dienden in september 2020 een herzieningsverzoek in. De aanleiding daarvoor was een onderzoek naar de bekentenissen van de veroordeelde. De rechtspsycholoog concludeert dat het scenario dat de bekentenissen vals zijn waarschijnlijk lijkt.

Volgens de Hoge Raad is door deze nieuwe aanwijzingen voldoende twijfel ontstaan over het bewijsmateriaal dat vooral gestoeld is op de bekentenissen van V. Het rapport van de rechtspsycholoog wordt door de Hoge Raad beschouwd als een zogeheten novum - een nieuw gegeven dat de veroordelende rechter tot een ander oordeel had kunnen brengen. Een novum is noodzakelijk voor een geslaagd herzieningsverzoek.

Advocaten voerden ook nieuwe getuige op

De advocaten voerden ook nog een getuige op in Duitsland die van een inmiddels overleden man had gehoord dat hij iemand in Nederland om het leven zou hebben gebracht. De overleden man zou ook hebben gezegd dat daar twee mensen bij waren die behoorden tot de groep die op de camping in Petten verbleef. Deze nieuwe verklaring heeft volgens de Hoge Raad "onvoldoende gewicht om te kunnen gelden als novum".

De politie verdacht aanvankelijk iemand anders, maar kwam uiteindelijk uit bij V., die in gezelschap had verklaard dat hij had gedroomd dat hij de stiefvader van zijn vrouw had gestoken. In politieverhoren erna verklaarde V. dat hij vermoedelijk met een mes op het slachtoffer was gevallen en dat hij het gedaan had. In de verhoren daarna werden zijn bekennende verklaringen steeds gedetailleerder. Vanaf 21 juli 1994 is hij het delict gaan ontkennen.