Hüseyin A., die is veroordeeld voor de moord op de negentienjarige Zaanse Milica van Doorn, deed donderdag een vergeefse poging om zijn zaak in hoger beroep voortijdig door het gerechtshof te laten beëindigen.

Onder meer met het oog op de belangen van de nabestaanden wees het gerechtshof in Amsterdam zijn verzoek daartoe af. De nabestaanden hebben uitdrukkelijk laten weten dat zij willen dat de zaak wordt doorgezet. Ook vindt het hof waarheidsvinding een zwaarwegend belang om de zaak door te laten gaan. Het hof zal de zaak inhoudelijk behandelen op 29 juni en 1 juli.

In hoger beroep zijn er tussentijdse zittingen geweest. A.'s raadsman heeft toen onder meer gevraagd of een reeks getuigen gehoord kon worden. Enkele maanden geleden gaf A. zonder nadere toelichting te kennen dat hij van het hoger beroep af wilde.

Ook het OM had hoger beroep ingesteld, maar alleen vanwege een technisch-juridische kwestie. Justitie was bereid het beroep in te trekken, omdat de voortzetting van de zaak geen wezenlijk belang meer voor het OM zou hebben.

A. werd eind 2018 veroordeeld tot twintig jaar cel voor het verkrachten en doden van Van Doorn in 1992. Het lichaam van de vrouw werd in de nacht van 7 op 8 juni van dat jaar met meerdere messteken aangetroffen in Zaandam. Het werd A. extra kwalijk genomen dat hij al die tijd had gezwegen.

In een coldcaseonderzoek van de politie kwam de verdachte in 2017 in beeld. Een DNA-verwantschapsonderzoek, waaraan een broer van A. meewerkte, leverde een match op met een op het lichaam van het slachtoffer gevonden spermaspoor. De inmiddels vijftigjarige A. heeft altijd ontkend en herhaalde dat donderdag voor het hof.

Zo werkt een DNA-verwantschapsonderzoek
60
Zo werkt een DNA-verwantschapsonderzoek

Advocaat nabestaanden ziet verzoek als verkapte schuldbekentenis

Volgens Richard Korver, de advocaat van de nabestaanden, is A. bang dat hij bij een veroordeling door het hof langer moet zitten. Zijn veroordeling door de rechtbank valt onder de oude regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, waarbij een veroordeelde onder normale omstandigheden een derde van de straf niet hoeft uit te zitten.

Per 1 juli geldt een strengere regeling. Volgens Korver zou dat 56 maanden cel schelen. De advocaat ziet het verzoek van A. daarom als een verkapte schuldbekentenis. "Ieder weldenkend mens zou geen twintig jaar celstraf accepteren als hij weet dat hij onschuldig is", aldus Korver.