Grapperhaus wil aandacht voor jihadisme niet laten verslappen
De aanpak van jihadistisch terrorisme in Nederland bevindt zich in een "cruciale fase", schrijft demissionair minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) in een brief. De beweging is verzwakt, maar kan ook weer opleven. De komende jaren zijn volgens de minister van groot belang.
Grapperhaus schreef de brief bij het dreigingsbeeld dat de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) woensdag publiceerde. Daarin stond dat de grootste dreiging uit de jihadistische hoek komt als het gaat over een terroristische aanslag in Nederland. Wel is deze dreiging vorig jaar iets afgenomen ten opzichte van vorige jaren.
Volgens Grapperhaus moet de overheid druk blijven zetten op jihadisten om te voorkomen dat zij zich weer kunnen organiseren. Verschillende overheidsdiensten werken volgens hem met elkaar samen om te voorkomen dat teruggekeerde jihadgangers nieuwe netwerken vormen, of ook hier geweld gebruiken. Het gaat daarbij onder anderen om de 47 verdachten en veroordeelden die vastzitten op speciale terroristenafdelingen in de gevangenis.
De overheid moet hen in de gaten blijven houden en begeleiden voor terugkeer in de samenleving, schrijft de minister. Allerlei organisaties werken daarvoor samen. Het gaat onder meer om het gevangeniswezen (Dienst Justitiële Inrichtingen), de gemeenten, reclassering en politie en justitie. Potentiële terroristen en extremisten worden bovendien in de gaten gehouden door de veiligheidsdiensten. Daarbij is ook bijzondere aandacht voor types die op eigen houtje geweld gebruiken, de zogenoemde eenlingen.
De werkwijze van de NCTV is soms discutabel
Om extremisme en terrorisme op te sporen op internet, werken de NCTV, politie, de marechaussee en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten AIVD en MIVD samen om informatie uit te wisselen die ze vinden in openbare internetbronnen. Er is een "structurele" uitwisseling van deze zogenoemde 'open source intelligence' (OSINT) in een speciaal samenwerkingsverband op dit gebied, aldus de minister.
