610 mensen kwamen vorig jaar in Nederland om het leven door een verkeersongeval. Dat waren er 51 minder dan in 2019. Wel kwamen historisch veel fietsers te overlijden. Het gaat om het grootste aantal in 25 jaar, zo blijkt woensdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Vorig jaar kwamen 229 fietsers om in het verkeer. Dat zijn er 26 meer dan in 2019. Een derde van de verongelukte fietsers zat op een e-bike.

In 2020 kwamen 195 inzittenden van personenauto's om het leven, 42 minder dan in 2019. Ook het aantal overleden motorrijders (44), voetgangers (41), brom- en snorfietsers (33), bestuurders van een scootmobiel (34) en inzittenden van een bestel- of vrachtauto (23) was kleiner dan een jaar geleden.

Het aantal verkeersdoden daalde het hardst onder twintigers, dertigers en tachtigplussers. Onder vrouwen nam het aantal verkeersdoden met bijna 20 procent af, onder mannen was de daling (-2,6 procent) minder groot.

Het grootste deel van de 610 verkeersslachtoffers was man. Vorig jaar kwamen 453 mannen om het leven bij een ongeluk, tegenover 157 vrouwen.

Relatief meer verkeersdoden tijdens lockdown

Opvallend aan de cijfers is dat er tijdens de lockdown relatief meer mensen door een ongeluk omkwamen. Op de dagen met de minste verkeersdrukte, in maart en april 2020, was het aantal verkeersdoden groter dan in dezelfde periode in 2019.

Ook in de weken van 5 juni tot en met 12 juli en de weken van 2 november tot en met 29 november was het aantal verkeersdoden groter dan een jaar eerder, terwijl de verkeersintensiteit veel lager was.

Vorige week bleek al uit een verkeersrapportage van Smart Traffic Accident Reporting (STAR) dat de coronacrisis niet tot veel minder slachtoffers leidt. De politie noemt hardrijden en een veranderd verkeersbeeld mogelijke oorzaken van het relatief grote aantal verkeersslachtoffers in 2020.

Bovendien zouden er vanwege de pandemie ook los van de gebruikelijke tijdstippen meer kinderen, fietsers en wandelaars op straat zijn.