Het verhoor van kroongetuige Nabil B. is maandag in de rechtbank van Amsterdam geëindigd in een clash met verdachte Mohamed R. De vierde zittingsdag in het liquidatieproces Marengo was ingeruimd voor R. en zijn advocaten om B. te ondervragen.

De twee mannen kennen elkaar al geruime tijd en volgens de kroongetuige zijn ze beide betrokken geweest bij liquidaties. Het draait in het Marengo-proces om in totaal zes moorden en pogingen daartoe.

Van een vriendschap die er ooit tussen de mannen was, is niets meer over nu ze elkaar als verraders zien. B. zegt dat het R. (tekening) was die achter de plannen stond om hem te vermoorden. R. zegt op zijn beurt dat de kroongetuige over hem liegt en hem een gevangenisstraf probeert "aan te naaien." Die onderlinge nijd is duidelijk voelbaar in de rechtszaal.

Ondervragingen van R. lopen vaak uit in verwensingen richting B., die op zijn beurt vragen niet wil beantwoorden omdat hij de relevantie er niet van inziet.

Advocaten twijfelen aan motief B.

De advocaten van R., Christian Flokstra en Nico Meijering, probeerden vooral duidelijk te krijgen wat nou de beweegreden was voor B. om in 2017 naar de politie te stappen en uiteindelijk verklaringen af te leggen.

De kroongetuige deed dit nadat hij betrokken was geraakt bij een vergismoord in Utrecht en hij aan de familie van het slachtoffer had opgebiecht dat Ridouan T. de opdrachtgever was.

De uitleg van B. dat dit omwille van zijn veiligheid was omdat T. hem na zijn biecht zou willen liquideren, wordt door de advocaten niet geloofd. Zij denken dat B. berekenender te werk is gegaan en al snel uit was op een kroongetuigedeal met de daarbij horende voordelen van een lagere strafeis.

Volgens de kroongetuige speelde wraak ook een rol

Om die overeenkomst te kunnen sluiten zou B. volgens de advocaten belastend hebben verklaard over R., maar tegen de waarheid in. Onzin volgens B., die zegt dat hij heel lang heeft getwijfeld of hij wel met justitie in zee moest gaan. Toen het voor B. naar eigen zeggen duidelijk werd dat R. van de moordplannen op zijn persoon wist en hierover loog, trok hij zijn conclusies: zonder de hulp van justitie zou zijn leven gevaar lopen.

Tegelijkertijd was er bij B. sprake van boosheid richting R. "Ik sloeg hiermee twee vliegen in één klap", zei hij. Dat was vergelding en "veiligheid", verwijzend naar zijn stap naar de politie.