Sinds de coronacrisis is het rustiger op de Nederlandse wegen en zijn er ook minder ongelukken. Toch daalt het aantal gewonden en doden dat bij die ongelukken valt niet volledig mee. Dat constateert de politie donderdag in de nieuwe verkeersrapportage van Smart Traffic Accident Reporting (STAR).

Vorig jaar ging het aantal ongelukken met 20 procent omlaag. Tegelijkertijd daalde het aantal gewonden 'slechts' met 11,2 procent, terwijl het aantal verkeersdoden met 10,1 procent afnam. Eind april komt het Centraal Bureau voor de Statistiek met definitieve cijfers.

De politie wijst te hard rijden en een veranderd verkeersbeeld aan als mogelijke oorzaken van het relatief grote aantal slachtoffers. "We hoopten dat het aantal verkeersslachtoffers met het aantal ongevallen mee was gedaald", zo citeert het AD Paul Broer, landelijk projectleider infrastructuur bij de politie en mede-initiatiefnemer van STAR.

Voor het rapport is informatie uit navigatiesystemen en smartphoneapps geanalyseerd, waaruit bleek dat bijna de helft van de automobilisten aan het begin van de coronacrisis gemiddeld 15 procent harder dan toegestaan reed.

Daarnaast constateert Broer dat er vanwege de coronapandemie meer kinderen, fietsers en wandelaars op straat zijn, ook buiten de gebruikelijke tijdstippen. Veel ongevallen vonden dan ook binnen de bebouwde kom plaats.

'Inrichting verkeersnetwerk moet op de schop'

Verkeersveiligheidsspecialist Mark Maaskant van VVCR-Prodrive herkent dat beeld. "30 kilometerzones zijn gemeten naar het aantal verkeersdoden per miljoen gereden verkeerskilometers de meest gevaarlijke gebieden. Daar rijden alle vervoersvormen, van bus tot fiets, door elkaar heen."

Ook de toename van het aantal bestelbussen in het verkeer draagt volgens Maaskant bij aan het relatief grote aantal ongelukken. "Het zicht in deze voertuigen is slecht en vanwege de hoge nood moest een groot aantal relatief onervaren bestuurders het afgelopen jaar met bestelwagens de weg op."

Volgens Maaskant moet er meer aandacht komen voor de inrichting van het verkeersnetwerk, met name in 30 kilometerzones. Daar moet, mede vanwege de verwachte explosieve stijging van het fietsverkeer, de ruimte op een andere manier ingedeeld worden. Daarbij moet kritisch gekeken worden naar de rol en de plaats van de auto, zegt Maaskant tegen NU.nl.

"Het veranderde verkeersbeeld vraagt heel veel gewenning van de verkeersdeelnemers. De landelijke en lokale politiek moeten zich afvragen of de binnenstedelijke infrastructuur daarvoor nog wel geschikt is", besluit Maaskant.