Drievoudig moordverdachte Thijs H. moet opnieuw onderzocht worden door een psycholoog en een psychiater, heeft het gerechtshof in Den Bosch besloten. Hoewel door zowel zijn advocaten als het Openbaar Ministerie niet om aanvullend onderzoek is gevraagd, ziet het hof daar wel reden toe.

De 29-jarige H. is eerder door het Pieter Baan Centrum (PBC) onderzocht. "Het huidige rapport is meer dan een jaar oud. Daarnaast week de rechtbank Limburg destijds af van het advies van de deskundigen om de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te verklaren", aldus het hof.

In hoger beroep zullen ook de deskundigen die het PBC-rapport hebben opgesteld opnieuw worden gehoord.

H. is vorig jaar veroordeeld tot achttien jaar cel en tbs met dwangverpleging voor drie moorden: op een 56-jarige vrouw op 4 mei 2019 in de Scheveningse Bosjes in Den Haag en drie dagen later op de Brunssummerheide, waar hij eerst een 63-jarige vrouw doodstak en korte tijd later een 68-jarige man. De slachtoffers werden plotseling aangevallen en met veel geweld om het leven gebracht.

Volgens zijn advocaten had H. al een langere periode waanideeën en doodde hij daarom. Als iemand volledig ontoerekeningsvatbaar is, kan geen celstraf opgelegd worden, maar wel tbs.

Volgens de rechtbank dikte H. symptomen echter aan en kleurde hij gedragingen achteraf in om volledig ontoerekeningsvatbaar te worden verklaard. Dat inkleuren deed hij volgens de rechtbank op basis van op internet gezochte verhalen over symptomen van psychopathie en medicijn- en drugsgebruik.

H. had beroep aangetekend tegen de uitspraak. Hij vertelde de rechter vorige week tijdens de zitting dat hij onder meer in hoger beroep is gegaan omdat er "door de rechtbank aannames zijn gedaan die niet kloppen". Ook vindt hij dat zijn ouders en vrienden door zowel het Openbaar Ministerie als de rechtbank "geschoffeerd" zijn. "Terwijl zij niets met de zaak te maken hebben."

Ouders willen verklaring afleggen

Over de rol van met name de moeder van H. was in de rechtbank gesproken, omdat zij hem mogelijk de hand boven het hoofd heeft gehouden. De familie van H. heeft bij de rechtbank niets willen vertellen en zich beroepen op het verschoningsrecht. Volgens H.'s advocaat hebben de ouders laten weten in hoger beroep wel een verklaring te willen afleggen.

Op 28 juni is een nieuwe voorbereidende zitting gepland. Wanneer de zaak inhoudelijk wordt behandeld, is nog niet bekend.