Ongeveer 575.000 kippen waren in het afgelopen jaar al dood voordat ze bij een slachthuis in Nederland aankwamen, bevestigt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) donderdag na berichtgeving van dierenwelzijnsorganisatie Animal Rights.

Dat aantal vertegenwoordigt "een nauwelijks voorstelbare hoeveelheid individueel dierenleed", zegt campagneleider Erwin Vermeulen van Animal Rights. "Iedere dode kip is er een te veel", beaamt de NVWA.

Er werden volgens de NVWA vorig jaar 606 miljoen stuks pluimvee uit Nederland en andere landen naar slachthuizen in ons land vervoerd, waarvan dus 0,09 procent de bestemming niet levend haalde. Over die hoeveelheid heeft de NVWA geen waardeoordeel, aldus een woordvoerder.

Niet alleen het transport laat volgens Animal Rights te wensen over: ook letsel dat dieren oplopen als ze worden gevangen voor de reis draagt bij aan het leed. De NVWA erkent dat en gaat hier scherper op controleren, meldt de woordvoerder. Er komen ook nieuwe boetes bij veelvuldig 'vangletsel', namelijk voor de bedrijven die de speciale vangploegen leveren om de kippen te verzamelen voor de transporten.

De NVWA kaartte het vangletsel, dat bloedingen en gebroken vleugels en botten met zich meebrengt, eerder deze maand al aan in een inspectierapport over 2019. "Tijdens het vangen pakt de vanger in het algemeen drie tot vijf dieren per hand, waarbij de dieren op de kop hangend aan de poten worden gedragen, waarna de dieren in het krat of de container worden gestopt."

"Ook raken regelmatig vleugels en nekken bekneld, waardoor deze dieren tijdens het hele transport zo vast blijven zitten. Sommige dieren komen tijdens het vangen op hun rug in het krat terecht en zijn zelf niet in staat weer op te staan. Deze dieren zullen in veel gevallen door verstikking doodgaan."