Het is zondag precies zeventig jaar geleden dat de eerste Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen naar Nederland werden gehaald. Hun verblijf zou tijdelijk zijn omdat hun een eigen staat werd beloofd, maar daar kwam niks van terecht.

Op 21 maart 1951 kwam de eerste van twaalf boten met 3.578 KNIL-militairen en hun gezinnen, in totaal ongeveer 12.500 personen, aan in de haven van Rotterdam. De militairen hadden in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) gevochten toen Indonesië een Nederlandse kolonie was. Ook tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd tussen 1945 en 1949 bleven zij aan Nederlandse zijde vechten, waardoor ze na de onafhankelijkheid van Indonesië als collaborateurs werden gezien.

De Nederlandse regering besloot de Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen - onvrijwillig - naar Nederland te halen. Dat zou voor hun eigen veiligheid zijn. Hun verblijf zou tijdelijk zijn, een paar maanden, omdat hen een eigen Molukse staat was beloofd.

Om die reden werd in Nederland zeer weinig gedaan om de Molukkers goed te laten integreren. Ze werden afgezonderd opgevangen in leegstaande concentratiekampen zoals Vught en Westerbork. Ook kregen ze geen pensioen en werd niet alle soldij uitgekeerd.

Later werden specifieke woonwijken voor Molukkers gebouwd. Daarover zei dr. Elias Rinsampessy, sociaal en cultureel antropoloog en zelf ook van Molukse afkomst, eerder tegen NU.nl: "Molukkers zijn juist altijd apart gezet door de overheid, het was een regelrecht segregatiebeleid. De groep is daardoor altijd erg naar binnen gekeerd geweest. We moesten in die wijken wonen, of we wilden of niet."

Eigen staat bleef uit, verblijf werd permanent

Van een eigen staat kwam niets terecht. Na de dekolonisatie werd in 1950 op de Zuid-Molukken een eigen republiek uitgeroepen, de Republik Maluku Selatan (RMS), maar die werd nooit erkend. De Indonesische regering trad hard op tegen de RMS en herstelde het gezag. Het tijdelijke verblijf in Nederland werd permanent.

Woede over de situatie van de Molukkers leidde uiteindelijk tot gewelddadige acties in de jaren zeventig. Bij twee treinkapingen - in Wijster en De Punt - vielen doden en gewonden.

Nu nog steeds vaak ongunstigere positie

Inmiddels wonen er ruim 71 duizend mensen met een Molukse achtergrond (Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen) in Nederland.

Uit een CBS-rapport uit 2020 blijkt dat zij op verschillende terreinen een ongunstigere positie hebben dan mensen met een Nederlandse achtergrond. Zo zijn ze gemiddeld lager opgeleid, hebben ze vaker een uitzendbaan en een lager gemiddeld inkomen en zijn ze vaker afhankelijk van een uitkering. Ook worden zij vaker verdacht van een misdrijf dan mensen met een Nederlandse achtergrond.