Abdelaziz A. zegt dat het in de gesprekken waaruit zou blijken dat hij deel heeft uitgemaakt van een terroristische organisatie puur om grootspraak ging. Hij verscheen woensdag bij de start van de inhoudelijke behandeling samen met zijn broer Fatah A. voor het eerst in de rechtbank in Rotterdam.

Vooral het verhaal van Abdelaziz A. is opvallend. Hij werd in 2018 aangehouden, nadat hij een jaar eerder in het Amsterdamse debatcentrum De Balie was herkend als een jihadist.

Nu stelt het Openbaar Ministerie (OM) dat hij een grote rol speelde in de terroristische organisatie Jabhat al Nusra, een groepering die inmiddels ontbonden en uiteengevallen is.

Zelf zegt A. een informant van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) te zijn geweest. De AIVD zou hem hebben opgedragen op de betreffende dag naar De Balie te gaan. "Mij was gevraagd overal aan deel te nemen", legt de 35-jarige verdachte uit.

De AIVD heeft A. juist afgeluisterd en na een tip een onderzoek naar hem geopend. Dat onderzoek resulteerde in deze strafzaak.

A. is ex-vriend van journalist Ans Boersma

In vele afgeluisterde gesprekken is te horen dat A. zichzelf presenteerde als de tweede man van Jabhat al Nusra. Ook sprak A. over bomgordels en vertelde hij te weten hoe je die kunt maken.

In een ander gesprek zegt hij dat zijn ex-vriendin, journalist Ans Boersma, in "grote lijnen weet" wat hij in Syrië heeft gedaan. Boersma staat later dit jaar terecht op verdenking van valsheid in geschrifte, omdat ze onwaarheden zou hebben ingevuld bij zijn visumaanvraag.

A. is sinds 2014 in Nederland. Vanaf 2005 tot 2011 zat hij vast in de gevangenis Sednaya in Damascus. Zelf zegt hij in de gevangenis mensen te hebben leren kennen die zich later bij Jabhat al Nusra hebben aangesloten, onder wie leider 'Abu Mohammad al Julani'.

Mogelijk dat hier verwarring is ontstaan over zijn eigen rol, legt A. uit. Hij ontkent in ieder geval stellig lid te zijn geweest van de terroristische organisatie. De gesprekken waar naar wordt verwezen, bevatten volgens hem grootspraak, zijn als grap bedoeld of incompleet en zijn uit de context gehaald.

Bart Nooitgedagt en Peter Plasman, die de broers bijstaan, zeggen dat er te weinig bewijs tegen hun cliënten is. Het dossier is "een grote vijver waar je allerlei vissen uit kunt halen", meent Nooitgedagt. "Er zijn geen foto's en geen directe getuigen."