De zeventienjarige ouders van de baby die zondag in een vuilcontainer in Amsterdam werd gevonden, hebben zich woensdag uit eigen beweging bij de politie gemeld. Ze dachten dat het kindje overleden was, zei advocaat Gerald Roethof, die de vader van de baby bijstaat, vrijdagavond in het televisieprogramma Op1.

Volgens Roethof was alleen de vader aanwezig bij de geboorte van het kind en was zowel hij als de moeder er naar eigen zeggen van overtuigd dat het meisje kort daarna was gestorven. De advocaat zegt dat de twee jongeren in paniek raakten en niet wisten wat ze moesten doen.

"Ze hebben met het kind op straat gelopen, kwamen op een gegeven moment langs die vuilcontainer, en toen is het kind daar geplaatst, laten we dat woord maar gebruiken", aldus Roethof. Met het kindje zelf gaat het volgens hem goed. "Het zit in een pleeggezin, is wat ik begrepen heb, maar dat is informatie die ik zijdelings gekregen heb."

De verdachten zijn twee zeventienjarige Amsterdammers, die hebben verklaard de ouders van de baby te zijn. De twee minderjarigen worden allebei verdacht van poging tot kindermoord, meldt het OM. Beiden zijn vrijdagmiddag voorgeleid aan de rechter-commissaris in Amsterdam en onder voorwaarden vrijgelaten.

De baby werd zondagavond laat aangetroffen in een grote boodschappentas, nadat iemand geluiden van een huilende baby uit de vuilcontainer had horen komen. De afvalbak stond aan de Meernhof in het Amsterdamse stadsdeel Zuidoost.

Het OM zegt in verband met de leeftijd van de verdachten terughoudend te zijn met het verstrekken van informatie over de zaak.