Vruchtbaarheidsarts Jan Karbaat sjoemelde niet alleen met zaad, maar misbruikte en intimideerde ook vrouwen op de behandeltafel. Dat vertellen oud-cliënten in de nieuwe driedelige documentaireserie Het zaad van Karbaat, die vanaf maandag te zien is.

De inmiddels overleden spermadokter hielp in de jaren zeventig, tachtig en negentig vrouwen hun kinderwens waar te maken. In die periode gebruikte hij zijn sperma én het zaad van bevriende donoren om minimaal tweehonderd kinderen te verwekken. Daarbij onderzocht Karbaat de donoren nauwelijks op erfelijke afwijkingen.

Filmmaker Miriam Guttmann onderzocht de zaak vier jaar lang en interviewde voor haar documentaire oud-cliënten, donorkinderen, familieleden van Karbaat, donoren en oud-medewerkers van de kliniek. Karbaat was een narcist, vertelt zijn nichtje, en zag zichzelf dus als de ideale donor.

De zaak kwam in 2016 aan het licht. Inmiddels is van 65 kinderen bekend dat Karbaat hun donorvader is. Karbaat overleed in 2017 op 89-jarige leeftijd. De arts heeft altijd ontkend dat hij zijn eigen sperma heeft ingezet.

Betasten en complimentjes tijdens inseminatie

In de documentaire komt naar voren dat Karbaat niet alleen oneerlijk en onethisch te werk ging, maar ronduit crimineel gedrag vertoonde. Volgens een oud-medewerker vulde de arts zijn spuitjes met water in plaats van zaad zodat vrouwen bleven terugkomen, anders "verdiende hij er niets aan".

Te zien is hoe een oud-cliënt zich herinnert hoe hij aan haar borsten zat tijdens de inseminatie. Bij andere vrouwen maakte hij complimentjes over hoe ze erbij lagen tijdens het insemineren.

Nog een wensmoeder vertelt hoe hij haar na de inseminatie aanraadde een orgasme te krijgen. Dat zou helpen bij de bevruchting. Vervolgens zou hij zijn eigen sperma hebben gebruikt om haar te insemineren. "Ik dacht wel: wat als ik zwanger word en het is van hem? Maar ik zei niks", vertelt de wensmoeder in de docu.

Het zaad van Karbaat is vanaf maandag om 20.30 uur te zien bij de VPRO op NPO2.