De maximale gevangenisstraf voor doodslag gaat omhoog van 15 naar 25 jaar, zo heeft de ministerraad vrijdag besloten na het voorstel van justitieminister Ferd Grapperhaus en Sander Dekker (Rechtsbescherming). "Hierdoor komt de straf meer in de buurt van de maximale straf van dertig jaar voor moord, wat meer recht doet aan de ernst van het misdrijf", zo laat het ministerie van Justitie en Veiligheid weten.

Vanuit rechters kwamen signalen dat de maximale straf voor doodslag als knellend wordt ervaren bij zeer ernstige gevallen.

Dit was bijvoorbeeld het geval in de zaak-Humeyra, waarin Bekir E. werd veroordeeld tot veertien jaar cel en tbs voor doodslag, omdat een vooropgezet plan niet bewezen werd geacht. De rechter merkte hierbij op dat hij het verschil tussen moord en doodslag te groot vond.

Dekker laat weten dat doodslag "onherstelbaar leed veroorzaakt" en dat er een straf bij hoort die daar recht aan doet.

Het verschil tussen moord en doodslag is de voorbedachten rade. Als iemand een vooropgezet plan had om iemand te doden en tijd genoeg had om zich te bedenken, wordt moord als bewezen geacht.