Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven wil zo snel mogelijk in gesprek met de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) vanwege zorgen over vermeende Chinese beïnvloeding op het onderwijs. Dat heeft ze woensdag bekendgemaakt in het radioprogramma Nieuws en Co.

Aanleiding voor haar zorgen zijn berichten van de NOS over een hoogleraar Chinese taal en cultuur aan de RUG. Een zogeheten Confucius Instituut, een organisatie die door China wordt beheerd, betaalt een deel van zijn salaris en volgens het contract mag de hoogleraar niet het "imago van China beschadigen".

De onderwijsinstellingen die binnen een Confucius Instituut samenwerken, zetten zich onder meer in om de Chinese taal en cultuur naar andere landen over te brengen. Zij krijgen hiervoor geld vanuit China.

Universiteiten hebben de wettelijke plicht om de academische vrijheid te waarborgen, zegt Van Engelshoven, en daarmee moeten ze niet "marchanderen". "Wat mij betreft wordt er niet getornd aan de academische vrijheid", zegt de minister in de uitzending van Nieuws en Co.

Inspectie aan zet als academische vrijheid niet wordt gewaarborgd

Als universiteiten zich niet aan die verplichting houden, dan is de onderwijsinspectie aan zet, zegt een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs. Als een gesprek te weinig oplevert en ook niet aan een "herstelopdracht" wordt voldaan, kan het ministerie in een uiterst geval de geldkraan dichtdraaien.

Volgens de RUG zet de overeenkomst "de academische vrijheid niet onder druk", meldt de NOS. Samenwerking met het Confucius Instituut past volgens de universiteit bij "de maatschappelijke taak van de RUG". Er zouden geen misstanden met de organisatie bekend zijn bij de universiteit.

Kennisinstituut Clingendael concludeerde in juli vorig jaar dat de meeste Nederlandse onderzoekers die met China werken zichzelf censureren. Daardoor blijft de kennis over het land gebrekkig, omdat gevoelige onderwerpen niet worden onderzocht, stelden de onderzoekers.