De Mobiele Eenheid (ME) stond op zondag 24 januari meerdere keren onder zware druk bij de rellen in Eindhoven, blijkt maandag uit een feitenrelaas gepubliceerd door burgemeester John Jorritsma. Tussen de driehonderd en vierhonderd relschoppers belaagden de ME door "ernstig geweld" te gebruiken en de situatie escaleerde steeds verder. Een extra sectie van de ME uit Amsterdam moest helpen bij het bestrijden van de relschoppers.

Verder bleek dat de inzet van politiepaarden lastig was doordat er een waterwerper werd gebruikt. Daardoor werd het plein glad en gleden de paarden uit.

De waterwerper kreeg ook nog een lekke band, waardoor deze tijdelijk niet kon worden ingezet. De relschoppers renden vervolgens het station binnen en plunderden winkels. Ook werden de camera's op het Stationsplein vernield, waardoor de politie geen beelden meer had. Het treinverkeer moest worden stilgelegd.

Uiteindelijk zette de politie traangas in. Na 17.00 uur doofden de rellen langzaam uit, hoewel kleine groepjes relschoppers nog lang voor onrust in de binnenstad zorgden.

Vernielingen en brandjes: zo ziet Eindhoven eruit na de rellen
75
Vernielingen en brandjes: zo ziet Eindhoven eruit na de rellen

COT gaat in gesprek met zowel politie als organisatie demonstratie

Het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement (COT) gaat op korte termijn met alle betrokkenen rond de rellen in Eindhoven praten. In vier weken tijd moet hier een rapport uitkomen, met daarin de lessen die zijn geleerd van de rellen.

Het COT praat niet alleen met betrokkenen als politie, gemeente, justitie en ProRail, maar ook met de organisatie van de verboden demonstratie en ondernemers in de binnenstad.

Dit onderzoek zal worden uitgevoerd op verzoek van burgemeester Jorritsma. Hij wil graag weten of de autoriteiten alles hebben gedaan om de rellen te voorkomen en te beëindigen. Hierbij zal niet worden gekeken naar of het toegepaste politiegeweld proportioneel was.