De advocaten van de twee mannen die worden verdacht van het voorbereiden van de liquidatie van crimineel Ahmet G. zeggen maandag in de rechtbank van Amsterdam dat het bewijs hiervoor ontbreekt. Donderdag eiste het Openbaar Ministerie (OM) bijna zeven jaar cel tegen de verdachten.

Het twistpunt tussen het OM en de advocaten van Rosello van T. en Patrick van M.J. is de bedoeling van de verdachten, die G. ruim een jaar lang in de gaten hielden. Justitie is ervan overtuigd dat de politie door tijdig in te grijpen een liquidatie heeft voorkomen.

"Uit niets blijkt dat de verdachten meer deden dan of moesten doen dan informatie verzamelen", aldus advocaat Ruud van Boom, die Van M.J. bijstaat.

Met welk doel ze dat deden, is volgens de advocaat niet concreet onderbouwd door het OM. En daar draait het juist om in deze zaak: de mannen worden ervan verdacht dat ze voorwerpen hadden waarmee ze een misdrijf wilden plegen. In dit geval zou het gaan om het voorbereiden van een moord.

Zo werden met bakens auto's gevolgd van mensen die tot de kennissenkring van G. behoorden. Daarnaast vond de politie ook foto's en beelden van deze mensen, de woning van G. en een ander huis waar hij zou verblijven.

Advocaten: Aanwijzing voor alternatief scenario

Volgens Van Boom is niet duidelijk geworden waar de voorwerpen voor bedoeld waren. Ook een scenario zoals ontvoering is denkbaar, blijkt volgens de advocaat uit onderzoeken naar een conflict in het criminele milieu waarin G. zou worden genoemd.

G. zou behoren tot een groep die in conflict is geraakt met crimineel Piet S. en Robin van O. Zij zijn belangrijke verdachten in een onderzoek naar martelcontainers. "De conclusie is: hoezo moord?", aldus Van Boom, die zegt dat er dan ook volledige vrijspraak moet volgen.

Hajé Weisfelt, de advocaat van Van T., sluit zich bij deze conclusie aan. Ook hij vindt dat niet duidelijk is geworden met welke voorbereidingshandelingen de mannen bezig waren. Weisfelt vraagt eveneens om vrijspraak.

Rechtbank doet uitspraak op 29 maart

Het OM zegt in een reactie dat Van Boom "hapsnap" uit andere onderzoeken put en dat een onderbouwing mist.

Dat er sprake is van "strafbare voorbereidingshandelen" heeft het OM voldoende duidelijk gemaakt, aldus de officier.

De rechtbank doet uitspraak op 29 maart.