Verdachte Souris R. uit Veghel heeft zijn aandeel in de Posbankmoord onder grote psychische druk bekend tijdens een ongeoorloofd undercovertraject van de politie. Zijn 'bekentenis', die de nu 47-jarige R. later grootspraak noemde, mag daarom niet als bewijsmateriaal dienen, bepleitte zijn advocaat Wieteke Drummen woensdag in het gerechtshof in Den Haag.

De techniek die is gebruikt om R. te laten bekennen, is de zogeheten Mr. Big-methode. Daarbij doen undercoveragenten zich voor als criminelen en laten ze een verdachte denken dat hij tot hun criminele organisatie kan toetreden.

Zo deden de agenten in deze zaak alsof ze drugshandelaren waren. Ze vertelden R. dat hij mocht meedoen aan een drugsdeal als hij de moord op hardloper Alex Wiegmink in 2003 op de Posbank bij Rheden zou bekennen.

"Het is vooral een lelijke constructie om alles wat in de verhoorkamers niet mag toch toe te passen. En dat heet dan waarheidsvinding", aldus Drummen tijdens het hoger beroep.

R. werd bijvoorbeeld lange tijd uit zijn slaap gehouden, omdat hij 's nachts in een loods op pillen moest passen. "Waarom worden methodieken die in de verhoorkamer verboden zijn wel toegestaan in een undercovertraject?", vroeg Drummen zich hardop af.

Advocaat: 'Vorm van misleiding'

De advocaat noemt de aanpak een onaanvaardbare vorm van misleiding. "Hij kwam onder grote psychische druk te staan. Zijn uitlatingen moeten daarom worden uitgesloten van bewijs." R. zou in die tijd onder invloed zijn geweest van alcohol en drugs, wat zijn bekentenis volgens zijn advocaat onbetrouwbaar maakt.

Met het overige bewijsmateriaal van het OM, zoals DNA-sporen en de verklaringen van de reeds tot achttien jaar celstraf veroordeelde Frank S., kan volgens Drummen geen gekwalificeerde doodslag bewezen worden.

Zo noemt ze het verhaal van de zestigjarige S. totaal ongeloofwaardig en onbetrouwbaar, omdat hij aan geheugenverlies lijdt. "Het OM presenteert het hof een tafel met vier poten, maar alle vier poten zitten los. Je kunt niet op de tafel gaan zitten."

Zeven kantjes voor het laatste woord

R. nam uitgebreid de tijd voor het laatste woord. In zijn cel had hij zeven kantjes volgeschreven. "Ik zit al vier jaar onschuldig vast", zei R. "Ik ben nog nooit op de Posbank geweest. Het verhaal dat ik aan de undercoveragenten heb verteld, heb ik verzonnen. Ik heb me groter en gevaarlijker voorgedaan dan ik ben. Ik deed het puur voor het geld, ik kon 75.000 euro per kwartaal verdienen. Ik was blind voor het astronomische bedrag."

Voor het eerst richtte R. zich ook tot de familie, wat hij in de afgelopen jaren tijdens de vele zittingen naliet. "Ik vind het heel erg wat jullie is overkomen en wat jullie moesten doorstaan. Het was voor jullie een pijnlijke levensweg met verdriet en gemis."

Het gerechtshof doet op 26 februari uitspraak.