De herzieningsaanvragen die door de veroordeelden in de zaak van de Arnhemse villamoord zijn ingediend, moeten worden afgewezen, adviseert de advocaat-generaal aan de Hoge Raad. De aanvragen werden ingediend nadat een van de veroordeelden in oktober 2018 een eerdere verklaring introk, maar dat is volgens de advocaat-generaal geen reden tot herziening in de geruchtmakende zaak.

Een van de veroordeelden trok in oktober 2018 zijn bijna twintig jaar oude verklaring in omdat hij naar eigen zeggen de verklaring onder druk van de politie had afgelegd. Hij durfde deze verklaring niet te veranderen voor de rechter. Na het intrekken van de eerdere verklaring, die door de rechtbank als grotendeels bekennend en belastend werd aangemerkt, gaf de man een nieuwe verklaring over wat er volgens hem op 2 september 1998 is voorgevallen in de Arnhemse villa.

Volgens de advocaat-generaal heeft het Hof zich in het hoger beroep uitgebreid gebogen op de wijze waarop de mannen zijn verhoord, en is ook de betrouwbaarheid van de verklaring van de veroordeelde onderzocht. "Om die reden kan de nieuwe verklaring niet als novum (een nieuw gegeven in de strafzaak, red.) worden aangemerkt."

Een dergelijk novum is voorwaarde voor het herzien van een zaak. Als de rechter door zo'n novum zeer waarschijnlijk tot een andere uitspraak zou zijn gekomen, wordt een herzieningsverzoek goedgekeurd.

Bewoonster Arnhemse villa werd doodgeschoten tijdens overval

De 63-jarige bewoonster van een villa in Arnhem werd op 2 september 1998 doodgeschoten tijdens een overval. De vrouw had op dat moment bezoek van een 33-jarige vrouw. Beiden werden gedwongen op bed te gaan liggen en werden vervolgens beschoten. De bewoonster werd daarbij gedood, de andere vrouw raakte gewond.

In de loop van het inmiddels omstreden politieonderzoek werden negen mannen gearresteerd. De rechter veroordeelde hen tot straffen van vijf tot twaalf jaar. De veroordeling berustte vooral op de bekentenissen van twee verdachten, die ook de andere mannen als betrokkenen aanwezen.

De Adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS) nam de zaak in 2018 onder de loep en concludeerde dat twee van de verdachten mogelijk onder druk waren gezet door agenten. Na de conclusie van de adviescommissie werd opnieuw onderzoek uitgevoerd door de advocaat-generaal.

De Hoge Raad doet naar verwachting uitspraak op 20 april.