Weginspecteurs van Rijkswaterstaat (RWS) hebben in 2020 een stuk vaker proces-verbaal gemaakt tegen bestuurders wegens het negeren van rode kruizen. Het aantal boetes nam met 55 procent toe tot 4.920, bevestigt Rijkswaterstaat woensdag na berichtgeving van De Telegraaf.

Doordat rode kruizen genegeerd werden, zijn vorig jaar 22 pijlwagens en botsabsorbers aangereden, middelen die worden ingezet om wegwerkzaamheden en ongevallen te beveiligen.

Demissionair minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) noemt het negeren van rode kruizen in de krant "levensgevaarlijk en onacceptabel".

"Het is puur misdadig, omdat je daarmee levens van anderen in gevaar brengt. Daarnaast werden ook nog eens elf dienstwagens van weginspecteurs aangereden die op de weg stonden ter beveiliging van een incident. Gelukkig kwamen ze er allemaal levend van af, maar het grootste deel van de wagens is wel total loss."

De minister zegt in De Telegraaf dat er nog strikter gecontroleerd zal gaan worden, mogelijk met behulp van camera's. "Er zijn weinig symbolen makkelijker te begrijpen dan een rood kruis."

Weginspecteurs die als boa's boetes mogen uitschrijven

Rijkswaterstaat heeft sinds 2015 weginspecteurs in dienst die als buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) extra bevoegdheden hebben en boetes mogen uitschrijven. In 2019 schreven zij nog 3.159 boetes uit wegens het negeren van rode kruizen, in 2018 waren dat er 1.653.

De stijging van het aantal boetes wegens het negeren van rode kruizen heeft mogelijk te maken met het gestegen aantal boa's: inmiddels bijna honderd. De boa's van Rijkswaterstaat controleren ook op rijden op de vluchtstrook, op stilstaan op de vluchtstrook en op vrachtwagens met een te hoge lading.