De commissie-Machielse, die de rol van de Nederlandse overheid bij de aanhouding van Julio Poch heeft onderzocht, oordeelde maandag dat er juist is gehandeld. Hoe zat het ook alweer met de zaak tegen de geboren Argentijn?

Het begon in 2003 op Bali. Poch en zijn collega's van Transavia genoten van een diner, toen de zogenoemde dodenvluchten ten tijde van de Argentijnse junta ter sprake kwamen.

Deze vluchten werden tussen 1976 en 1983 uitgevoerd tijdens het regime van dictator Jorge Videla. Aan boord waren politieke tegenstanders van het regime. Poch merkte hierover op: "We threw them in the sea". Deze "we" werd door zijn collega's vertaald alsof Poch er persoonlijk bij betrokken zou zijn geweest, terwijl de piloot zelf doelde op zijn land Argentinië.

Het duurde drie jaar voordat er aangifte van werd gedaan door een derde persoon. Die was zelf niet bij het diner, maar had het van de collega's van Transavia gehoord.

Artikel van Vrij Nederland brengt zaak aan het rollen

De Nationale Recherche startte met een onderzoek, maar dat kwam stil te liggen. Er was namelijk simpelweg te weinig bewijs tegen Poch. Een artikel in Vrij Nederland bracht hier eind 2007 verandering in. Doordat het artikel aandacht besteedde aan het stilleggen van het onderzoek naar een mogelijke Argentijnse oorlogsmisdadiger, werden er politieke vragen gesteld. Toenmalig minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin besloot dat uitgezocht moest worden waarom dit onderzoek was gestaakt.

Het gevolg was dat er alsnog een strafrechtelijk onderzoek werd opgestart. Dankzij onder andere het onderzoeksprogramma Argos en openbare verhoren werd in de afgelopen jaren steeds meer bekend over dat onderzoek.

Zo was het Nederland zelf dat in 2008 contact legde met Argentinië, dat onderzoek deed naar een mogelijke oorlogsmisdadiger. Nederland informeerde of er interesse was om samen onderzoek naar Poch te verrichten. In mei van dat jaar werd ook over uitlevering gesproken. In dit stadium had het Nederlandse OM de getuigen zelf nog niet gehoord en deed Argentinië nog geen onderzoek naar Poch.

Nederland verzint plan om uitleveringsverdrag te omzeilen

Toen de Argentijnse onderzoeksrechter Sergio Torres in datzelfde jaar naar Nederland kwam, liet hij weten dat hij Poch graag uitgeleverd wilde zien. Probleem was wel dat de landen onderling geen uitleveringsverdrag hadden. Het was opnieuw Nederland dat een oplossing bood.

Argentinië kon namelijk met een rechtshulpverzoek de reisbewegingen van Poch opvragen. Hij was toen nog actief als piloot voor Transavia. Wanneer hij zich in een land bevond dat wel een verdrag met Argentinië had, kon hij daar worden aangehouden.

Officier van justitie Ward Ferdinandusse, destijds werkzaam bij het team internationale misdrijven, liet volgens NRC onlangs in een verhoor weten dat hij het voorstel destijds op tafel had gelegd. In juli 2019 werd hij nog teruggefloten, omdat er dan sprake van een verkapte uitlevering zou zijn. Maar in de maanden erna veranderde dat volgens Ferdinandusse.

Poch wordt vlak voor pensioen aangehouden

Op zijn laatste vlucht voor Transavia, die in het teken stond van zijn aanstaande pensioen, werd Poch op 22 september 2009 aangehouden in Valencia. Hij zat daar zeven maanden vast, voordat hij aan Argentinië werd uitgeleverd. Daar werd hij in november 2017 vrijgesproken, omdat er simpelweg geen bewijs was voor zijn betrokkenheid bij de dodenvluchten.

Poch vecht sindsdien bij de rechter om excuses en een schadevergoeding van de Nederlandse Staat.

De commissie, onder leiding van voormalig procureur-generaal bij de Hoge Raad Ad Machielse, oordeelt maandag dat er geen sprake is geweest van een verkapte uitlevering en dat er niet onrechtmatig is gehandeld.