De procureur-generaal heeft de Hoge Raad dinsdag geadviseerd om de inhoud van de lang verzwegen telefoon die kroongetuige Nabil B. op zijn cel had te laten toevoegen aan het dossier in het Marengo-proces. Volgens de advocaten van B. gaat het om een zogenoemd geheimhoudersstuk en moet het daarom geheim blijven.

De rechtbank besloot eerder ook al dat de inhoud van de telefoon verstrekt mag worden aan het Openbaar Ministerie (OM). Volgens de advocaat-generaal moet deze uitspraak in stand worden gelaten. Het advies is niet bindend, maar wordt in vele gevallen wel opgevolgd.

De kwestie draait om iPhone 5 die B. van september 2017 tot en met begin februari 2018 in zijn bezit had. Toen hem in 2019 op een zitting werd gevraagd of hij naast een andere telefoon over meer communicatiemiddelen beschikte, loog B. onder ede dat dit niet het geval was.

Het bestaan van de telefoon kwam alsnog aan het licht door een interview van het AD met de toenmalige anonieme advocaat van B. Sindsdien is er discussie over of de inhoud van de telefoon mag worden verstrekt.

Volgens de raadsmannen van B. gaat om een telefoon die in vertrouwen is verstrekt aan zijn toenmalig advocaat Derk Wiersum, die in september 2019 is doodgeschoten. De rechtbank concludeerde echter dat er geen aanwijzingen zijn dat het de bedoeling was van B. dat Wiersum de informatie op de telefoon zou inzien of dat dit uiteindelijk is gebeurd.

Definitieve besluit kan even op zich laten wachten

Volgens de procureur-generaal is "niet aannemelijk dat de informatie bestemd was om aan de advocaat van de kroongetuige te worden toevertrouwd in de normale uitoefening van zijn beroep".

B. zei eind vorig jaar te hebben gelogen over de telefoon om zijn familie en zijn toenmalig advocaten niet in gevaar te brengen. Hij verwees naar zijn doodgeschoten broer en de nieuwe realiteit die daardoor was ontstaan.

Woensdag gaat het Marengo-proces weer verder met een inleidende zitting. De zaak met Ridouan T. als hoofdverdachte wordt in februari inhoudelijk behandeld.

De Hoge Raad neemt vermoedelijk op 9 februari een definitief besluit.