In de laatste week van vorig jaar zijn zo'n zeventienhonderd bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen en andere mensen die gebruikmaken van de Wet langdurige zorg (Wlz) overleden. Dat zijn er ongeveer vijfhonderd, ofwel bijna 40 procent, meer dan gebruikelijk is in deze periode, maakt het Centraal Bureau Statistiek (CBS) bekend. De meeste overledenen waren tachtig jaar of ouder.

De sterfte onder de rest van de Nederlandse bevolking bedroeg bijna 2.100 personen. Volgens het CBS is dat ongeveer zoals verwacht voor de tijd van het jaar. Vergeleken met een week eerder stierven zelfs tweehonderd mensen minder.

Sinds de laatste week van september zijn volgens het CBS 6.700 meer mensen overleden dan normaal voor deze periode. Het bureau merkte eerder op dat de grotere sterfte van de afgelopen maanden samenvalt met de tweede golf van de corona-uitbraak in Nederland.

In de tweede golf is de zogeheten relatieve oversterfte tot nu toe het grootst in Noord-Brabant en Zuid-Holland (beide rond 20,5 procent). Hierna volgen Utrecht, Overijssel en Flevoland met ongeveer 20 procent. Zeeland kent in de tweede golf tot nu toe geen echte oversterfte en ook in Groningen blijft de oversterfte beperkt.

De cijfers over de oversterfte zijn gebaseerd op de dagelijkse berichten over het aantal overledenen die het CBS dagelijks krijgt; die geven nog geen informatie over de doodsoorzaak. Wel is inmiddels van alle overledenen tot en met juni 2020 de doodsoorzaak bekend. Volgens deze cijfers overleden iets meer dan tienduizend mensen aan de gevolgen van het coronavirus.