Het centraal examen ging in 2020 niet door vanwege het coronavirus. Dit zorgde ervoor dat meer leerlingen hun middelbareschooldiploma haalden. Maar niet overal werd evenveel geprofiteerd van het vervallen van de examens.

De regels die bepalen of een leerling geslaagd of gezakt is, zijn in 2020 vanwege het coronavirus aangepast. Alleen op basis van de toetsen die leerlingen voor het schoolexamen hadden gemaakt (die per school verschillen) werd bepaald of iemand zijn diploma kreeg. Leerlingen kregen in 2020 ook een extra kans om hun schoolexamencijfer te verbeteren.

Arie Slob, minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, maakte in oktober bekend dat door deze veranderde regels meer leerlingen zijn geslaagd. NU.nl zet aan de hand van nieuwe cijfers van onderwijsinstantie DUO op een rijtje wat er opviel aan de slagingspercentages van schooljaar 2019-2020.

Meer scholen hadden 100 procent geslaagden

Het aantal scholen waar geen enkele leerling zakte is enorm toegenomen. In het schooljaar 2018-2019 waren er 61 scholen met een slagingspercentage van 100 procent. In schooljaar 2019-2020 waren dit 503 scholen.

Het slagingspercentage voor alle eindexamenleerlingen samen was in 2020 98,7 procent. In 2019 was dit 92 procent.

Vooral op de havo meer diploma's

Op de havo maakte het niet doorgaan van het centraal examen het grootste verschil. Het slagingspercentage steeg daar met ruim 9 procentpunt. Op de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo (vmbo bb) slaagden juist bijna net zoveel leerlingen als normaal. Daar steeg het slagingspercentage maar met 1,5 procent.

In Zeeland steeg het slagingspercentage het minst

In iedere provincie steeg het slagingspercentage, maar niet overal even hard. In Zeeland steeg het slagingspercentage met ruim 5 procent, terwijl in Noord-Holland het slagingspercentage met 9 procent steeg.

Grotere toename geslaagden in grote stad

Een andere manier om naar regionale verschillen te kijken, is kijken naar hoe stedelijk een gebied is. In de grote stad (zeer sterk stedelijke gebieden) blijkt het niet doorgaan van de eindexamens een groter verschil te hebben gemaakt dan in de rest van het land.

Klein verschil tussen jongens en meisjes

Afgelopen jaar slaagden bijna alle meisjes die in het eindexamenjaar zaten, ruim 99 procent. Dit is een stijging van 8 procent. Bij de jongens was het slagingspercentage 98 procent. Dit is 7 procent meer dan een jaar eerder.