Een passage over de stichting Muslim Rights Watch Nederland (MRWN) en de bestuursleden hoeft niet te worden geschrapt of aangepast in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van MRWN niet inhoudelijk kunnen toetsen, zo heeft de rechtbank in Den Haag maandag bepaald.

In het Dreigingsbeeld stond vermeld dat een aantal politiek-salafistische aanjagers hun organisatorische web uitbreiden, bijvoorbeeld door de oprichting van de MRWN als "waakhond van de islamitische gemeenschap" tegen ervaren onrecht van beleid.

De leden van de stichting vonden dat ze hiermee in een kwaad daglicht zijn gezet, maar hun eis om deze passage aan te passen is door de rechtbank afgewezen. Dat heeft te maken met het feit dat het Dreigingsbeeld een document is waarmee de minister de Tweede Kamer informeert. Daarmee valt het "onder de werking van artikel 71 Grondwet".

In dit artikel van de Grondwet staat dat "deelnemers aan het parlementaire debat zich vrij moeten kunnen uiten, zonder bang te zijn dat zij zich voor hun uitlatingen voor een rechter moeten verantwoorden", zo legt de rechtbank uit.

De rechtbank meldt daarnaast dat de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer de controle uitoefent op wat er wordt gezegd of geschreven in het parlementaire debat.