Samir A., die verdacht wordt van het financieren van terrorisme, heeft volgens het Openbaar Ministerie (OM) achttien IS-vrouwen financieel ondersteund of geholpen te ontsnappen uit kampen in Syrië. Veertien van hen staan op de nationale sanctielijst terrorisme, zei de officier van justitie dinsdag in de rechtbank in Rotterdam.

Het OM verdenkt de 34-jarige Rotterdammer ervan dat hij geld heeft ingezameld voor vrouwen en kinderen in IS-gebied. Sinds eind juni zit hij hiervoor vast.

Volgens het OM heeft hij 50.000 euro laten opsturen door medeverdachte Fadi M. (32), die eveneens in juni werd aangehouden. Deze man uit Vlaardingen heeft zich volgens het OM schuldig gemaakt aan het zogeheten hawalabankieren (ondergronds bankieren) en witwassen.

M. zou het opgehaalde geld hebben verstuurd via de informele kanalen van het hawalabankieren. Hij had geen vergunning om te bankieren, waardoor dat ook strafbaar is. Zijn voorlopige hechtenis is momenteel geschorst.

"Als gevolg van het handelen van beide verdachten kunnen vrouwen die zijn afgereisd naar het gebied dat onder bewind stond van IS buiten het zicht van overheden terugkeren naar hun land van herkomst of zich vrij in Syrië bewegen, waardoor de kans bestaat dat ze zich opnieuw zullen aansluiten bij een terroristische organisatie", zei de officier.

Geld sturen naar IS-vrouwen in Syrië is strafbaar. Als ze op nationale en internationale terrorismesanctielijsten staan, gaat het om personen en organisaties die ervan worden verdacht dat ze betrokken zijn bij terroristische activiteiten. Hun tegoeden zijn bevroren.

Rechtbank ziet 'voldoende samenhang tussen beide zaken'

A. is een voormalig lid van de Hofstadgroep. Hij is veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf vanwege terrorisme en kwam in september 2013 vrij. De Hofstadgroep was een netwerk van radicaalislamitische jongeren. Ook Mohammed B., de moordenaar van cineast Theo van Gogh, werd tot de groep gerekend.

De advocaat van M. verzocht de rechtbank dinsdag om de zaken van M. en A. los van elkaar te koppelen. De rechtbank wees dit verzoek af. "We zien nog voldoende samenhang tussen beide zaken", aldus de voorzitter van de rechtbank.

Ook heeft de rechtbank besloten A. langer vast te houden. De volgende inleidende zitting is op 23 februari.