Het Verzetsmuseum in Amsterdam heeft een nooit eerder gelezen brief van Jules Schelvis ontdekt in een recente schenking. De brief is de eerste Nederlandse getuigenverklaring over wat zich in het vernietigingskamp Sobibór in het door Duitsland bezette Oost-Polen heeft afgespeeld. Dat zegt onderzoeker voor het Verzetsmuseum Jos Sinnema zondag.

Schelvis was één van de achttien Nederlanders die vernietigingskamp Sobibór overleefden. Hij overleed in 2016 op 95-jarige leeftijd.

Meer dan 34.000 Nederlanders zijn in het vernietigingskamp Sobibór vermoord. Schelvis schreef meerdere boeken over de oorlog en richtte de Stichting Sobibór op om de herinnering aan het kamp levend te houden en informatie en educatie te leveren.

De beoogde ontvanger van de brief, Jules' neef Karel Stroz, leeft nog en zegt blij te zijn dat de brief is ondergebracht in de collectie van het Verzetsmuseum. Zondag bezorgde het museum, met een vertraging van 75 jaar, een replica van de brief bij Stroz.

Schelvis schreef de brief op 7 mei 1945 in een ziekenhuis in Zuid-Duitsland. Hij was net bevrijd uit kamp Vaihingen, waar hij vanuit Sobibór naartoe was gebracht. De brief is gericht aan zijn familie. Op de enveloppe schreef Schelvis drie adressen, in de hoop dat op één daarvan nog iemand in leven zou zijn. Waarom de brief nooit bij de familie is terechtgekomen, is een raadsel.

Flashback

Sinnema, die de brief als eerste las, ervoer het als een flashback: "Alsof je terug bent in 1945, op het moment dat de familie de brief had moeten lezen. Dat grijpt je naar de keel."

In de brief doet Schelvis volgens het museum met ingehouden pijn verslag, en spreekt hij de wens uit dat dit in de krant komt: "Alles wat hier geschreven staat, is de naakte waarheid." Hij richt zich tot zijn oom en tante en zijn nu negentigjarige neef Stroz: "Het zal je wel pijn doen, dit alles te lezen", laat hij weten. "Maar ik moet het je toch schrijven."

Schelvis omschrijft hoe waarschijnlijk vijf van de zeven familieleden die tegelijk in Sobibór aankomen "voor 99 procent direct bij aankomst is vergast". Onder de slachtoffers is ook Schelvis' vrouw Rachel. "Ik schrijf dit alles zo koud, daar het vele, wat ik heb gezien en zelf heb meegemaakt, mij hard heeft gemaakt."

De brief is vanaf maandag te zien in het Verzetsmuseum. De hele inhoud van de brief van Schelvis is hier te lezen.

Sobibór had geheim moeten blijven

Sobibór was een vernietigingskamp waar bijna 170.000 joden werden vermoord. De nazi's hadden altijd de intentie om het kamp geheim te houden. Het doel was om de gevangenen zo snel mogelijk te vermoorden. Het grootste deel van de mensen die aankwamen werd op dezelfde dag nog vermoord.

Begin dit jaar publiceerden Duitse historici niet eerder getoonde foto's van het vernietigingskamp. Vóór de ontdekking van die beelden van voormalig plaatsvervangend kampcommandant Johan Niemann, waren er slechts twee foto's van het kamp bekend.

Op de foto's was ook kampbewaker John Demjanjuk te zien, die in 2011 werd veroordeeld tot vijf jaar cel. De openbaar aanklager bracht die beelden in tijdens de rechtszaak. Demjanjuk bleef tot zijn dood in 2012 volhouden onschuldig te zijn. Hij overleed voor zijn hoger beroep kon dienen.