Kroongetuige Nabil B. heeft donderdag in de rechtbank van Amsterdam verklaard dat hij vanwege de veiligheid van onder andere zijn toenmalige advocaten lange tijd heeft gelogen over het op cel hebben van een iPhone. In welk opzicht informatie over de telefoon een gevaar voor de advocaten kon vormen, werd niet duidelijk.

B. wordt donderdag in de rechtbank in het openbaar ondervraagd door Nico Meijering en Christian Flokstra, die een van de hoofdverdachten in het Marengo-proces bijstaan. Zij zijn de advocaten van Mohamed R.

De raadslieden willen onder andere weten waarom B. onder ede heeft gelogen toen hem in juli 2019 werd gevraagd of hij naast een Blackberry nog een telefoon op cel had. Hij hield die leugen een jaar in stand. "Veiligheid, veiligheid, veiligheid", verklaarde hij tijdens de zitting. "De veiligheid van mijn familie en advocaten"antwoordde B., die verwees naar zijn doodgeschoten broer en de nieuwe realiteit die daardoor was ontstaan.

In dat kader haalde hij hard uit naar Meijering en Inez Weski, advocaat van Ridouan T., die hij medeverantwoordelijk houdt voor de dood van zijn toenmalige advocaat Derk Wiersum in september 2019. Dat was volgens hem het gevolg van de lastercampagne die door de raadslieden zou zijn gevoerd.

Dit leidde tot grote consternatie bij Meijering en Flokstra. "U probeert uw leugens goed te praten over de rug van de gewelddadige dood van uw raadsman", aldus Meijering.

Telefoon speelt een opvallende rol in de zaak

De iPhone speelt een opvallende rol in deze zaak, al is nog steeds niet duidelijk wat erop staat. De Hoge Raad moet nog beslissen of de inhoud van de telefoon mag worden toegevoegd aan het dossier. De huidige advocaten van B. hebben hier namelijk bezwaar tegen gemaakt.

Wat wel bekend is, is dat B. tussen eind augustus of begin september 2017 tot februari 2018 beschikking over de telefoon had. De kroongetuige wilde donderdag op zitting niet zeggen hoe hij aan de telefoon is gekomen en ook niet hoe deze weer uit de gevangenis is gehaald.

Wel liet B. weten dat hij op internet kon, het nieuws volgde en videobelde. Het Openbaar Ministerie (OM) voegde hieraan toe dat B. begin 2017 al zijn kluisverklaringen had afgelegd en in die periode niet over internet beschikte.

B. zei dat hij "linksom of rechtsom" nog zal verklaren over de inhoud van de telefoon. Dat zal hij ook doen als de Hoge Raad in zijn voordeel beslist.