Alle misdrijfzaken die in maart, april en mei vanwege de coronacrisis noodgedwongen moesten worden uitgesteld, zijn waarschijnlijk eind 2021 afgehandeld. Dat voorspelt de Raad voor de rechtspraak woensdag.

Tussen 17 maart en 11 mei konden veel fysieke zittingen door de uitbraak van COVID-19 niet doorgaan, waardoor veel zaken op de plank bleven liggen. Het Openbaar Ministerie (OM) kwam daarom afgelopen zomer met een beleid om de achterstand weg te werken.

Het gaat om zestienduizend misdrijfzaken, waarvan inmiddels ruim 40 procent is behandeld

Om de achterstand weg te werken, zijn onder meer zestig gepensioneerde rechters van zeventig jaar of ouder weer gaan werken. Daarnaast worden avondzittingen gehouden en worden sommige zaken door één rechter in plaats van drie rechters afgehandeld.

De coronacrisis heeft ook in andere rechtsgebieden haar tol geëist, aldus de Raad voor de rechtsspraak. Zo zijn de werkvoorraden in het civiel- en bestuursrecht dit jaar met zo'n 11 procent opgelopen, bijvoorbeeld doordat zittingen niet konden doorgaan vanwege coronabesmettingen of betrokkenen die in quarantaine moesten.