Een kwart van de eerstejaarsstudenten in het hoger onderwijs die recht hebben op een aanvullende beurs, maakt daar geen gebruik van. De beurs is bedoeld voor studenten met ouders met een lager inkomen. Opvallend is dat een aanzienlijk deel van deze studenten wel geld leent, terwijl dat minder gunstig is, blijkt woensdag uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB).

Het gaat volgens het CPB om circa 8.650 studenten die gemiddeld 175 euro per maand mislopen door geen gebruik te maken van de aanvullende beurs. Tegelijkertijd maakt 41 procent van deze groep wel gebruik van een lening, terwijl de voorwaarden daarvan veel minder gunstig zijn dan die van de aanvullende beurs. "Deze groep leent dus mogelijk onnodig geld", concludeert het CPB.

Volgens het onderzoeksbureau is het aannemelijk dat studenten niet goed op de hoogte zijn van hun recht op een aanvullende beurs. Het CPB adviseert het kabinet daarom de aanvraagprocedure aan te passen of studenten beter voor te lichten.

Met de aanvullende beurs wil de overheid ervoor zorgen dat onderwijs voor iedereen toegankelijk is. De hoogte van het bedrag is afhankelijk van het inkomen van de ouders en kan oplopen tot circa 400 euro per maand. Als een student binnen tien jaar een diploma haalt, hoeft die het geld niet terug te betalen. Een lening moet wel altijd worden terugbetaald.

Momenteel maken volgens het CPB ruim 29.000 eerstejaarsstudenten in het hoger onderwijs gebruik van een aanvullende beurs.