Op beelden van het fatale steekincident in Scheveningen van afgelopen augustus is te zien dat een van de verdachten messen in zijn handen had. Dat kwam dinsdag naar voren tijdens een inleidende zitting in de rechtbank van Den Haag.

Een derde verdachte is nog voortvluchtig. Op beelden is te zien dat Tyrece B. een vuurwapen in zijn bezit had. De politie heeft eind oktober zijn naam en foto vrijgegeven om hem te kunnen vinden.

Het fatale steekincident zou hebben plaatsgevonden na een conflict tussen de rivaliserende drillrapgroepen Blacka 24 uit Rotterdam en 73 De Pijp uit Amsterdam. De twee groepen hadden op 10 augustus afgesproken op de Scheveningse Pier.

Op beelden is te zien dat het slachtoffer Cennethson Janga tussen twee mannen doorrent. Het gaat om de twee verdachten die maandag terechtstaan. Volgens de politie maakt zowel Roan W. als Darrel L. een armbeweging als het slachtoffer passeert. Vermoedelijk hebben W. en L. de negentienjarige Janga op dat moment gestoken.

Messen gevonden in prullenbak

Uit sectie blijkt dat het slachtoffer, ook wel 'Chuchu' genoemd, aan beide kanten van zijn lichaam een steekwond heeft. De fatale verwonding zou met een groot mes zijn toegebracht.

In een prullenbak op de Pier zijn drie messen gevonden. Op beelden is te zien dat W. en L. daar wat in lijken te stoppen. Op een van de messen is zowel het bloed van het slachtoffer als DNA-materiaal van L. aangetroffen.

Op een klapmes zit tevens het bloed van 'Chuchu'. Vermoedelijk is dit wapen van W. Bij fouillering is het hoesje dat bij het klapmes zou horen bij hem aangetroffen.

Verdachten ontkennen betrokkenheid

Advocaat Johan Mühren laat weten dat zijn cliënt W. ontkent dat hij een wapen op zak had en het slachtoffer heeft gestoken. De twintigjarige man uit Zaanstad zou niet tot een drillrapgroep behoren en niet bij het conflict betrokken zijn.

Mühren wijst ook op de in de gevangenis afgeluisterde gesprekken waarin W. tegen zijn moeder en vrienden zegt niet bij de steekpartij betrokken te zijn.

Gerald Roethof, die L. bijstaat, erkent dat zijn cliënt een mes in zijn hand heeft, maar dat dit pas na het steekincident is waargenomen. "Mijn cliënt was daar die dag om te ontspannnen, niet om te vechten", aldus de advocaat.