De regels voor euthanasie bij personen met ernstige dementie worden verruimd, zegt Jacob Kohnstamm, voorzitter van de vijf regionale toetsingscommissies euthanasie (RTE's), vrijdag tegen de Volkskrant.

De schriftelijke wilsverklaring, waarin een patiënt beschrijft onder welke omstandigheden hij of zij euthanasie wil, hoeft bijvoorbeeld niet meer juridisch perfect in elkaar te steken. Een arts krijgt meer ruimte om te interpreteren wat een patiënt precies heeft bedoeld, bijvoorbeeld door de familie te raadplegen.

Daarnaast mag een arts een wilsonbekwame, dementerende patiënt voortaan een slaapmiddel geven als verwacht wordt dat de patiënt agressief of onrustig wordt doordat hij of zij niet begrijpt wat er aan de hand is.

Ook hoeft de arts vlak voor een euthanasie een wilsonbekwame patiënt geen mondelinge bevestiging meer te vragen, omdat zo'n gesprek zinloos zou zijn omdat begrip van deze onderwerpen bij een patiënt ontbreekt.

Onrust onder artsen door vervolging na euthanasie

"Artsen hoeven zich nu minder zorgen te maken dat zij met een euthanasie hun nek in een strop steken", aldus Kohnstamm tegen de krant. "Ze hoeven minder bang te zijn voor justitie. Of voor de toetsingscommissie."

De nieuwe criteria zijn gebaseerd op de zaak van de eerste arts die sinds de euthanasiewet werd vervolgd voor euthanasie. De arts had een slaapmiddel in de koffie van een wilsonbekwame en ernstig dementerende vrouw gedaan, omdat ze bang was dat ze bewoners zou aanvallen en zich zou verzetten tegen het infuus.

De zogeheten toetsingscommissie gaf haar een negatieve beoordeling, waarna ze werd vervolgd door het Openbaar Ministerie (OM). Dit leidde tot veel onrust onder artsen.

De daaropvolgende strafprocedure duurde jaren, maar uiteindelijk gaf de Hoge Raad de arts op alle punten gelijk. Hierna heeft de toetsingscommissie besloten haar criteria aan te passen.