Commerciële pluimveehouders in Nederland moeten vanaf vrijdag 0.00 uur hun dieren binnenhouden. Minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) besloot tot een ophokplicht nadat zes dode zwanen waren gevonden bij het Utrechtse Kockengen. Twee van de zes bleken vogelgriep te hebben gehad.

De ophokplicht is volgens de minister noodzakelijk, omdat deskundigen vrezen dat pluimvee met het virus besmet raakt. Eendenbedrijven moeten daarnaast het strooisel in stallen goed opslaan, zodat wilde vogels er niet bij kunnen komen.

Wanneer in bedrijven wordt gestrooid, moeten pluimveehouders voorkomen dat andere dieren de stal binnenkomen.

De ziekte is inmiddels ook bij een dode smient vastgesteld. Onderzoek moet nog wel uitwijzen of het om hetzelfde virus gaat als bij de zwanen, die de zeer besmettelijke variant H5N8 hadden.

De twee knobbelzwanen in Utrecht zijn vermoedelijk besmet geraakt doordat trekvogels uit Rusland het vogelgriepvirus hebben meegenomen. In Rusland is al meerdere keren melding gemaakt van vogels met vogelgriep.

Veel verschillende varianten vogelgriep

Vogelgriep of aviaire influenza komt in veel verschillende varianten voor. Er bestaan milde, laagpathogene varianten (LPAI) en gevaarlijke, zeer besmettelijke hoogpathogene versies (HPAI). Er is sprake van (klassieke) vogelpest als veel vogels tegelijkertijd besmet raken met een gevaarlijke variant en doodgaan.

Vogels kunnen het vogelgriepvirus aan elkaar doorgeven via ademhaling, oogvocht en mest. Kippen en kalkoenen zijn het gevoeligst voor besmetting. Ook mensen en handelstransporten kunnen het virus verspreiden. Reizigers kunnen dat bijvoorbeeld al doen via een restje vogelpoep onder hun schoenen.

Het vogelgriepvirus kan ook mensen en zoogdieren als katten, varkens en tijgers besmetten. Dat gebeurt echter niet vaak

Pluimveesector werd eerder door vogelgriep getroffen

In 2003 werd de Nederlandse pluimveesector hard getroffen door de vogelpest van het type H7N7. Bij 1.349 pluimveehouderijen werden kippen, kalkoenen en eenden gedood. In totaal zijn 30,7 miljoen landbouw- en hobbydieren geruimd.

In 2014 werd op vier plekken vogelgriep van het type H5N8 aangetroffen. Na deze uitbraken heeft het toenmalige kabinet het land opgedeeld in vier regio's om de vogelgriepuitbraak zo goed mogelijk in te dammen. Ook in de jaren daarna dook het virus met enige regelmaat op, maar kon de besmetting telkens worden beperkt tot hooguit enkele bedrijven.