De besluitvorming voorafgaand aan en tijdens de Black Lives Matter-demonstratie op 1 juni op de Dam in Amsterdam was slordig en de lokale driehoek (burgemeester, politie en Openbaar Ministerie) functioneerde niet als een overlegorgaan, blijkt uit een onafhankelijk onderzoek dat burgemeester Femke Halsema heeft laten uitvoeren.

De onderzoekers stellen dat er sprake was van een slordig proces. Zo hebben de leden van de driehoek de demonstratie nooit gezamenlijk voorbesproken.

"Daardoor ontstond gedurende de demonstratie een mate van improvisatie op het bestuurlijke niveau die onnodig zou moeten zijn en tot slordigheden leidde", schrijven de onderzoekers. "Improvisatievermogen is een groot goed, maar regels en afspraken worden niet voor niets gemaakt."

De communicatie binnen de driehoek werd bemoeilijkt doordat deze vooral via WhatsApp verliep. Daardoor was er onduidelijkheid over wie bij welk besluit betrokken was. Pas achteraf kon dit worden vastgesteld. Merkwaardig, vinden de onderzoekers, omdat juist de driehoek van Amsterdam veel ervaring heeft met demonstraties.

"Als demonstraties inderdaad zo vaak voorkomen dat het een tweede natuur is, zoals wij keer op keer mochten vernemen, dan mag men verwachten dat de besluitvorming en het afleggen van de verantwoording volgens logische en navolgbare stappen kan worden gereconstrueerd. Het feit dat achteraf door betrokkenen moest worden bediscussieerd hoe de besluitvorming in dit geval is verlopen, duidt op een slordig proces."

Drukte door protest op de Dam in Amsterdam
64
Drukte door protest op de Dam in Amsterdam

Burgemeester en politie namen besluiten zonder tussenkomst OM

Ook namen de burgemeester en de politie tijdens de demonstratie enkele kritieke besluiten zonder advies van anderen in te winnen. Hoewel ze niet de bevoegdheid hadden om te bepalen dat de anderhalvemeterregel niet gehandhaafd hoefde te worden, namen de burgemeester en de politie dit besluit zonder het Openbaar Ministerie (OM) hierin te betrekken.

De burgemeester en politie werden hierin ook niet actief ondersteund door het OM, concluderen de onderzoekers. "Met de wijsheid van achteraf kunnen we stellen dat een vorm van collectieve passiviteit overheerste op die
mooie Tweede Pinksterdag."

Ze vinden dat er voortaan beter moet worden nagedacht over wat er eventueel mis kan gaan tijdens een dergelijke demonstratie, dat de driehoek niet moet afgaan op alleen "fingerspitzengefühl" maar bijvoorbeeld checklists moet gebruiken, en dat de besluitvorming niet meer via WhatsApp moet plaatsvinden.

Driehoek ging uit van een protest met maximaal 300 deelnemers

Halsema kondigde op 9 juni aan dat ze een onafhankelijk onderzoek wilde naar het optreden van de gemeente en de politie tijdens de demonstratie. De informatiepositie van de driehoek was niet goed, concludeerde de Amsterdamse burgemeester. "Dat moet in de toekomst beter."

De driehoek ging uit van een Black Lives Matter-protest met 250 tot maximaal 300 deelnemers. Dat was geen realistische inschatting, gaf Halsema later toe. Uiteindelijk kwamen die dag duizenden demonstranten samen op het plein. "Als de driehoek informatie had gehad waaruit zou blijken dat er meer mensen naar de demonstratie op de Dam zouden komen, had de driehoek vanzelfsprekend en zoals gebruikelijk maatregelen getroffen", schreef Halsema in een brief aan de gemeenteraad.

Door de grote opkomst was het onmogelijk om 1,5 meter afstand te houden. Desondanks besloot de driehoek de demonstratie niet vroegtijdig te beëindigen, omdat het recht op demonstreren is vastgelegd in de Grondwet. Dat besluit leverde destijds veel kritiek op.