Kinderen van Indonesiërs die tussen 1945 en 1950 door Nederlandse troepen standrechtelijk zijn geëxecuteerd, kunnen een vergoeding van de Nederlandse Staat krijgen. Dat schrijven de ministers Stef Blok (Buitenlandse Zaken) en Ank Bijleveld (Defensie) maandag in een brief aan de Tweede Kamer.

De kinderen moeten wel aannemelijk kunnen maken dat hun ouder om het leven kwam bij een standrechtelijke executie, schrijft het ministerie van Defensie. Het gaat om een vergoeding van 5.000 euro. Het is niet bekend hoeveel kinderen aanspraak op de regeling zullen maken.

Enkelen kregen eerder al door de rechter een vergoeding toegewezen, maar het ging vaak om bedragen van enkele honderden euro's. Zij krijgen nu ook het volledige bedrag.

Weduwes, waarvoor al een regeling bestond, kunnen aanspraak maken op een bedrag van 20.000 euro. Zij worden ook gecompenseerd voor verloren inkomen. Zestig weduwes hebben een aanvraag ingediend, dertig van hen zijn in het gelijk gesteld.

In oktober vorig jaar oordeelde het gerechtshof Den Haag dat de Staat zich niet kon beroepen op verjaring. Het kabinet heeft besloten niet verder te procederen.