Het Coördinatiecentrum voor Mensenhandel heeft in 2019 1.334 meldingen van mensenhandel gekregen: bijna een verdubbeling ten opzichte van 2018. Het zicht op de groep minderjarige slachtoffers blijft echter "ontzettend beperkt", blijkt uit de vrijdag verschenen Slachtoffermonitor Mensenhandel 2015-2019.

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, Herman Bolhaar, maakt zich ernstige zorgen over jonge Nederlandse en buitenlandse slachtoffers van seksuele uitbuiting. Seksuele uitbuiting is met ongeveer drieduizend slachtoffers per jaar de meest voorkomende vorm van mensenhandel in Nederland en bijna de helft van alle slachtoffers en daders is minderjarig.

Opvallend is de grote toename van Afrikaanse slachtoffers binnen migratiestromen naar Nederland, met name uit Nigeria. Nederlandse slachtoffers worden juist steeds minder gemeld, maar het is volgens Bolhaar niet aannemelijk dat het aantal slachtoffers echt is afgenomen.

Een verklaring daarvoor is dat seksuele uitbuiting steeds vaker plaatsvindt in minder zichtbare sectoren, zoals thuis en in hotels en in de escortbranche. Tussen 2017 en 2019 was 89 procent van de slachtoffers in die sectoren te vinden.

Bolhaar: "Daar mogen we ons niet bij neerleggen. We moeten weten wie het zijn en wat ze meemaken. Het inzicht in en de aanpak van deze groep slachtoffers moeten beter."

De Nationaal Rapporteur pleit voor onderzoek naar wat er gebeurt op sociale media, datingapps en onlineplatforms. "De belevingswereld van jongeren speelt zich daar grotendeels af en daar zijn ze dus ook kwetsbaar."