Nederlandse ouders missen vaak de kennis om met hun kinderen een inhoudelijk gesprek te kunnen voeren over seksuele geaardheid of genderidentiteit, blijkt vrijdag uit een peiling die het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft laten uitvoeren.

Acht op de tien ondervraagde ouders weten bijvoorbeeld wat lhbti (lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender en intersekse) betekent, "maar als je doorvraagt wat dat inhoudt, hebben ze geen idee", aldus de onderzoekers. Ongeveer de helft van de ouders van tieners weet niet wat aseksueel, queer, panseksueel, non-binair of cisgender betekent.

De peiling, die is uitgevoerd onder ruim duizend ouders met kinderen van 12 tot 25 jaar, maakt volgens de onderzoekers duidelijk dat ouders vaker het gesprek moeten aangaan met hun kinderen. Hoewel zeven op de tien ouders openstaan voor een gesprek over seksuele geaardheid, denkt ruim de helft dat hun kind daar geen behoefte aan heeft. Over genderidentiteit wordt nog minder vaak gesproken: twee derde van de ouders denkt dat dit niet nodig is.

Uit een vorig jaar verschenen onderzoek onder lhbti-jongeren bleek dat zij het er juist wel graag met hun ouders over willen hebben.

"Het is van groot belang dat ouders het gesprek met hun kinderen aangaan", laat staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) in een reactie weten. "Op deze manier kunnen jongeren zich vrij ontwikkelen. We willen negatieve gedachten zoveel mogelijk voorkomen en jongeren het gevoel geven dat ze zichzelf kunnen en mogen zijn."

Zondag is het Coming Out Day, de dag waarop seksuele identiteit landelijk in de belangstelling staat. Dit jaar draait de campagne vooral om de rol van de ouders.