Kleine aanbieders van jeugdzorg maken winst, terwijl het financieel slecht gaat met een belangrijk deel van de jeugdzorgorganisaties, concludeert Jeugdzorg Nederland maandag na onderzoek naar de jaarrekeningen van honderden aanbieders.

Bijna de helft van de 64 zogenoemde systeempartijen, die onder meer verantwoordelijk zijn voor pleegzorg en crisishulp, scoort financieel onder de norm. Een derde maakt zelfs verlies.

Hierdoor komt de continuïteit van zorg in gevaar, zegt voorzitter Hans Spigt van Jeugdzorg Nederland. "Deze systeempartijen vormen het fundament van de jeugdhulp. Als die organisaties wegvallen heeft dat direct gevolgen voor de kwetsbaarste gezinnen en jongeren, want er is niet zomaar een vangnet."

De grote partijen bieden niet alleen cruciale jeugdhulp, ze vervullen vanwege hun kennis en netwerk ook een essentiële rol in het hele veld, stelt Spigt. "Ze zouden daarom anders gefinancierd moeten worden. Er wordt immers ook meer van hen gevraagd."

Een analyse van de jaarrekeningen van 678 organisaties en de jaarverantwoording van 1.351 kleine aanbieders laat zien dat kleine aanbieders van basis- of enkelvoudige hulp in 2018 gemiddeld meer dan 35 procent winst maakten.

Jeugdzorg Nederland pleit daarom voor tariefdifferentiatie bij de inkoop. "Dat betekent dat het tarief hoger wordt als er meer gevraagd wordt. Als organisaties naast het bieden van alleen hulp nog een veel bredere rol en functie vervullen, moeten ze daarvoor betaald worden", aldus Spigt.