De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) wil dat landende en opstijgende vliegtuigen op Schiphol elkaar niet langer kruisen, schrijft de raad donderdag in een rapport. De kans bestaat dat vliegtuigen daardoor te dicht bij elkaar komen en dat zorgt voor "ongewenste veiligheidsrisico's".

Normaal gesproken mag een vliegtuig pas opstijgen als een ander vliegtuig dat Schiphol nadert en een kruisende koers heeft, geland is. Maar onder bepaalde omstandigheden hoeft daar niet aan te worden voldaan. Daardoor kunnen meer vliegtuigen per uur vertrekken vanaf Schiphol.

Als wordt afgeweken van de standaardvoorschriften kan een vliegtuig al starten voordat het landende vliegtuig geland is. "Dit gaat in bijna alle gevallen goed. Maar wanneer een landend vliegtuig op het laatste moment een doorstart maakt en dit niet of te laat door de luchtverkeersleiding wordt opgemerkt, ontstaat een gevaarlijke situatie", aldus de raad.

In 2018 maakte een landend vliegtuig een doorstart op de Zwanenburgbaan, terwijl een vliegtuig vanaf de Kaagbaan al was gestart en niet meer gestopt kon worden. Op deze banen hebben vliegtuigen een kruisende koers.

De vliegtuigen naderden elkaar, maar doordat de luchtverkeersleiding en de piloten van beide toestellen ingrepen werd een botsing voorkomen, constateert de OVV.

'Het moet structureel anders op Schiphol'

Ook in 2007 en 2015 naderden vliegtuigen elkaar door dezelfde procedure. Toen is de standaardprocedure aangepast, maar de mogelijkheid om daarvan af te wijken bleef bestaan. De OVV beveelt daarom aan om de uitzondering op de regel te schrappen en vliegtuig pas te laten opstijgen als het mogelijk kruisende toestel daadwerkelijk is geland.

Volgens Jeroen Dijsselbloem, voorzitter van de OVV, moet het "structureel anders" op Schiphol. "Het veiligheidsrisico lijkt in dit geval klein, maar de impact van een botsing van twee vliegtuigen is zo groot dat je juist dit risico niet zou moeten willen aangaan."

Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur) noemt de aanbevelingen "verstandig" en vindt dat ze moeten worden opgevolgd.